maandag 8 juli 2013

Hopvrouw Bungenberg de Jong



Het boek waar ze allemaal instaan is Eeuwigdurende Schoonheid*, anno 1952 een gloedjenieuwe geschiedenis van de kunst van E.H. Gombrich, over wiens geschiedenis voor kinderen, Kleine Geschiedenis van de Wereld**, ik de hoogleraar Fens heb horen zeggen dat-ie beter was dan alle andere voor volwassenen. Het zijn mooie boeken, die ouwe kunstgeschiedenissen, loeizwaar, stevige band, goed papier en barstensvol foto's van schilderijen, zij het in zwart-wit, wat wel de reden zal zijn - benevens een geleerde onverschilligheid jegens de modernen en de eeuwen en eeuwen beslaande inhoud - waarom ze in de regel bijna net zo lang de boekenkasten van kringloopwinkels bevolken en op boekenmarkten van de scouting steevast blijven liggen. Als het schutblad niet vol met namen staat, neem ik ze zelf ook niet.

Niet lang geleden, laten we zeggen 60 jaar later, deden wij het op het werk ook: als in die wereld tätige, kreeg ik van onze Commissie van Lief en Leed opdracht om een mooi boek te kopen voor een collega die op het punt stond met pensioen te gaan. De statuten schrijven voor dat je wat meekrijgt, tegen die tijd. Ik kocht (op Boekwinkeltjes, niet mijn eigen!) voor 42,50 euro belastinggeld het boek Hertog Jan en de Zummerse mens. Een overzicht van de geschiedenis van Someren en Lierop*** en we zetten allemaal onze naam op het schutblad. (Later vond ik voor 5 euro een exemplaar in het wild; 5 euro omdat het zo dik was. Ik moet wel zeggen dat ik het nu weer het kwijt ben, niet in de zin van verkocht maar van gewoon nie weten waar ik het gelaten heb, zo dik als het is)

Dit zijn de namen:

Miek van Berlekom (feestvarken); J.V.J. Jansma; Ineke Hondius-Swart; A.W. Wijkniet; Rita Bungenberg de Jong; A. Maartens; Wies Einthoven; Sjouk Hiemstra; P.J. Huibregts; Toos Groeneveld; Nettie van ’t Sant; Leni de Haan Groeneveld; W.G. Noordegraaf; M.P. Kars; C.H. Landré; F. Veenstra; ? ten Bouwhuys; ? ter Steege; J. v.d. Woude; A.E. Heintz; Tine Tenhaeff-Modderman.
Het zijn ze niet allemaal. De andere kan ik niet lezen. Louise Marie Mathilde ('Wies') Einthoven en heur echtgenoot Johannes Arnoldus Rudolf Terlet hadden wat met het humanitarisme ('Humanitarisme is medelijden met alle levende wezens'****; maar da's sympathiek!). Dat was voor de oorlog. Wies was 63 in 1952. Ook van Rita Bungenberg de Jong enkel voorloorlogs: ze zat in het bestuur van het Nederlands Padvindstersgilde. Een oudere Bungenberg was arts in de hofhouding van de koningin en zijzelf ontmoette de majesteit in de jaren 30 van de vorige eeuw wel eens op padvindstersbijeenkomsten:


 Die verliepen zo'n beetje zo: 
De verjaardag van het echtpaar Baden Powell
Een indrukwekkende vredesceremonie.
De padvinders zijn verspreid over de geheele wereld. Eén dag in het jaar is er, waarop zij den onzichtbaren band welke hen, broeders van alle nationaliteiten, bindt, vaster aanhalen. Waarop zij gedachten van vrede naar elkander uitzenden. Dat is op den 23sten April, den dag gewijd aan Sint Joris, den beschermheilige der padvinderij.
De padvïndsters doen insgelijks, doch voor hen is deze dag de 22ste Februari, de geboortedag van den stichter van de permanent groeiende beweging, Lord Robert Baden Powell en van diens echtgenoote, hoofdpadvindster van de wereld. Daarom ook liepen gisteren de padvïndsters den geheelen. dag in uniform (dus niet de padvinders; zooals werd vermeld).
Gisteravond heeft het district Den Haag en Omgeving hier ter stede naar aanleiding van dezen dag een bijeenkomst gehouden onder leiding van hopvrouw R. B u n g e n b e r g  de  J o n g. Onder de tonen van een marsch marcheerden de talrijke blauw geuniformeerde meisjes binnen, tot zij stonden in grooten vierdubbelen kring.
Na het padvindsterslied „Hoort zegt 't voort" nam de leidster het woord, om achtereenvolgens welkom te heeten het afdeelingsbestuur, de districtscommissaresse, de bestuursleden van de omliggende plaatsen en ten slotte het toekomstige bestuur van de afdeeling Katwijk. Acht meisjes — verspreide padvindsters — welke tot deze afdeeling zullen gaan behooren, kwamen naar voren en werden achtereenvolgens geïnstalleerd door vaandrig Heleen Voorhoeve.
Hopvrouw B u g e n b e r g  d e  j o n g wees hierna op de internationale beteekenis van dezen dag en legde er vooral den nadruk op, dat men om een goed internationaal padvindster te zijn, eerst een goed nationaal padvindster moet wezen. Den padvindstergroet brengende, zongen allen het Wilhelmus, dat in al zijn indrukwekkende schoonheid van aloud volkslied door de zaal klonk. Het was een van de mooiste momenten van den avond.
De vrede is het doel waarnaar alle padvindsters streven en in een plechtige vredesceremonie gaven dertig meisjes daaraan uiting.
Het werd heel stil in de nu halfduistere ruimte. Langzaam en met nadruk las hopvrouw Bungenberg de Jong de mooie inleiding en riep dan de namen af van alle landen die lid zijn van den Wereldbond der Padvindsters, in de volgorde waarin zij aan de beweging begonnen. De een na de ander kwamen zij. Engeland het eerste (vertegenwoordigd door eenige Engelsche meisjes) en de eenige met de kaars brandende. Aan deze kaars ontstaken de andere meisjes, allen getooid met de vlag van het land welks vertegenwoordigster zij moesten voorstellen, hun kaarsje, aldus symboliseerende dat zij het licht der padvinderij ontleenden aan het groote licht dat in Engeland zijn oorsprong vond. Hoog hield elke spreekster dan de vlam en zeide met enkele woorden wat de padvinderij hun bracht. Tot de lichtende kring volta!lig was. Dan een oogenblik van doodsche stilte, waarin een ieder zijn gelofte herdacht.
En als allen op de vraag der leidster het wachtwoord hadden gezegd, hun gelofte gezamenlijk hadden vernieuwd, vormden zij den schakelketting der zusterschap en zeiden de schakelspreuk: „Ik ben een schakel in de gulden liefdeketen die de geheele wereld omvat en ik moet mijn schakel glanzend en sterk houden."
De leidster smeekte hierna Gods zegen af over de padvinderij, waarmede de ceremonie ten einde was.
*****

In 1946 publiceerde hopvrouw Bungenberg de Jong Een Oogenblik van Rust, door Antiquariaat Snark beschreven als 'Een boekje voor de leidsters van het Nederlandse Padvindsters-Gilde. Een verzameling (voornamelijk godsdienstige) preken en gedichten om de "ernstige kant van het zomerkamp" te begeleiden.'

Verder niks.******


* The Story of Art, London, Phaidon 1950
**  Eine kurze Weltgeschichte für junge Leser, Wenen, 1935. Let wel dus: niet de kunst- maar de echte wereld
*** Jean Coenen, 2001; loeizwaar ook
**** hierzo: http://www.humanitarisme.nl/index.html
***** Het vaderland, 23 februari 1933
****** Een andere Bungenbergse was deze:




Geen opmerkingen:

Een reactie posten