Posts tonen met het label onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderwijs. Alle posts tonen

zondag 13 maart 2016

Allochtonen

De geschiedenis van het lager onderwijs in de Kempen interesseert mij enorm. U waarschijnlijk veel minder. Waar ú op moet letten in onderstaand knipsel over de contente meester Van Sambeeck, dat, ik heb het er maar even bijgeschreven, dateert van 1986, is het gebruik van de begrippen 'autochtonen' en 'allochtonen':


De 'allochtonen in de Steenselse nieuwbouw'. Enig idee? Ik heb zo'n gevoel, nee, ik weet het wel zeker, dat hij het oog heeft op een categorie mensen waarvan ik met zekerheid durf te beweren dat ze het tegenwoordige inburgeringsexamen met behoorlijk wat meer succes zouden afleggen dan de autochtone flapdrol die indertijd dit stukje is komen inleveren bij Jan Roest op het industrieterrein... Die, anders gezegd, hun dorp een stuk verder vooruit waren dan hij en zijn contente Vutter.

zaterdag 16 januari 2016

Café Van Gompel

In onze lokale geschiedschrijving stuit je zo af en toe wel eens op de opvatting dat wij in (Zuidoost-)Brabant tot ver in de twintigste eeuw gebukt zijn gegaan – en misschien nog wel gaan – onder de gevolgen van onze achterstelling bij de zeven provinciën ten tijde van de Republiek, zij het dat die vooral wordt aangehangen door lieden die daar zelf het bewijs van lijken te zijn. Van de week trof ik hem echter ook aan in de biografie van de oud-onderwijzer en oud-onderwijsinspecteur alhier, Jos Aarts.* In de krant had gestaan dat hij had gezegd – let wel: ik heb het over 1952! – dat ‘het Zuiden nog altijd de gevolgen draagt van het indertijd als generaliteitsland uitgemergeld zijn.’ Hetgeen door ene M. van Dijck in een ander medium werd betwijfeld, waarop Aarts weer, dat-ie dat ook zo niet had gezegd. Toch moet hem vervolgens van het hart dat de Brabanders anno 1952 nog het een en ander te overwinnen hebben, te weten, ‘een aangeboren conservatisme, een gebrek aan activiteit, een gemis aan een zekere eerzucht, een te veel aan schuchterheid, een tekort aan belangstelling voor culturele goederen.’ Misschien, dacht ik, zou het wel eens leuk zijn om een aantal lokale matadoren de vraag voor te leggen waar wij in 1952 of in 2016 zouden hebben gestaan en hoe wij zouden zijn geweest als we bij de Vrede van Munster in plaats van een wingewest de achtste provincie van de Republiek zouden zijn geworden.**

Wel leuk en in het licht van het vorenstaande wellicht een tikkeltje ironisch en zeker een tikkeltje pijnlijk is de volgende passage uit de biografie van Aarts, waarin de allure van twee etablissementen wordt ingezet ter adstructie van zijn populariteit als spreker: ‘Aarts hield inleidingen van Café Van Gompel in Hapert tot het restaurant van de Jaarbeurs in Utrecht.’ Het ware ons liever geweest, hadde de biograaf het hier sec geografisch gehouden.


* Aarts, J.F.M.C.: Niet tevreden met quasikennis. J.W.C. Aarts 1904-1989. Leven en werken van een Brabantse onderwijsman, p. 119-123.
** Dat Aarts een punt had en heeft staat natuurlijk buiten kijf en werd me vandaag opnieuw duidelijk tijdens de boekenbeurs in het kerkje van Middelbeers. Ik trof zekere inwoner van Hoogeloon, een trouw lezer van ons jaarboek en geinteresseerd in onze lokale historie. Ik tref hem wel vaker en omdát-ie zo geinteresseerd is in de geschiedenis van Hoogeloon e.o. en omdát-ie er zoveel van weet, vraag ik hem iedere keer of ik em niet eens mag interviewen voor het jaarboek of dat-ie zelf niet een stuk wil schrijven en iedere keer resulteert dat in opvliegers van eeuwenoude verlegenheid. Hij leest het jaarboek met alle plezier maar meewerken ho maar! Aarts' these ten voeten uit! En eerlijk gezegd, begin ik me daar langzamerhand een tikkeltje aan te ergeren.

dinsdag 26 juni 2012

Groeten: Sophie Lang






Sophie (Petronella) Lang was de dochter van de Ulftse (Achterhoek) rietmeubelfabrikant Carl Harold Sebastian Lang, oorspronkelijk uit Schönau vor dem Walde, Thüringen, Duitsland. Ze was de oudste van drie zussen en werkte als onderwijzeres. Later. In maart 1901 was ze 18 jaar oud en net geslaagd voor het vak Nuttige Handwerken. In Breda. Niet naast de deur.



Ik heb niet kunnen achterhalen op welke school ze lesgaf en of ze het bij Nuttige Handwerken gelaten heeft. De inleider van het familiearchief spreekt over de "school in Ulft". In het archief van de gemeente Gendringen bevindt zich geen personeelsdossier van Sophie Lang (wel van een aantal andere leerkrachten aan de openbare lagere school te Ulft: W.G. ten Brincke, M.H. Bruins, J.W. Jansen, M.F. Jolink-GerritsenY de JongA. Krienen, A.L.W. Peutz). Als ze in het bijzonder onderwijs werkzaam was, dan misschien op de Nederlandsche Hervormde School te Gendringen (de familie Lang was Nederlands Hervormd) na 1921, toen de school werd gesticht. In Ulft zelf was volgens mij alleen een katholieke bijzondere lagere school. Ik moet daar nog eens achteraan (ook: de Gendringse schoolkwestie die zich daar begin jaren twintig heeft afgespeeld*).




Sophie is de kaarsrechte dame in het midden (vierde van rechts). De anderen van links naar rechts: vader, zus Margaretha, schoonzus, moeder, zwager Willem, zus Alida en oudere broer Frederik (verzender van de kaart uit Berlijn). 
Van trouwen ist nie gekomen.

Sophie Rust was misschien Maria Sophia Rust, geboren 1866, zestien jaar ouder dan Sophie, overleden in 1906.

Jo van der Lugt was (heel) misschien Gerdina Johanna van der Lugt (1881) uit Gendringen. Mevrouw Boland en Boudje zijn mij een raadsel.





Frederik Voorthuis (geboren 1868, woonachtig in Gendringen sinds 1905) was begin vorige eeuw directeur van het postkantoor in Gendringen. In juli 1908 verbleef hij met zijn vrouw Anna Voorthuis-Pos (1875) in Köningswinter, een stadje aan de Rijn nabij Bonn, in die tijd een populaire vakantiebestemming, onder andere vanwege de nabijheid van de wildromantische, per tandradbaan te bestijgen burcht Drachenfels. Hieronder is hij de achtste van links**:




In 1934 had je ook nog dit:




In 1936 gevolgd door:



En in 1937 door:


En in 1940 besloten met:




* waarvan akte; Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, Doetinchem
** idem, Collectie W.J.A. Span






zaterdag 16 juni 2012

Mijne Heeren!


Aan den Achtb. Raad der Gemeente Nuenen c.a.

De ondergeteekende, hoofdonderwijzer aan de Openbare School te Nederwetten gemeente Nuenen, geeft beleefdelijk te kennen:

Dat zijne woning, welke hij in huur heeft van Mathijs van de Ven, bijna onbewoonbaar is.

De ondergeteekende, M.H., wil hier geenszins spreken van het onaanzienlijk, bouwvallig en armzalig aanzien, dat zijne woning heeft, welke voor hij ze betrok tot bergplaats van veldvruchten en mogelijk tot stalling diende; neen M.H., hij bedoelt hijer nog slechts de onbewoonbaarheid der woning, wegens hare ongezondheid.

Verbeeldt U, M.H., wanden en een zolder waar het water bijna onophoudelijk afdruipt of doorzijpelt, zoodat ik mij vaak verbeeld in de Adelberger grot of in den St. Pietersberg te huisvesten; een vloer van welke men dagelijks het slik met eene spade moet wegnemen; hierbij nog het gevaar, dat men loopt, als vuur of kachel brandt, van door den rook verstikt te worden, indien men niet zorgt, dat alle deuren en vensters, en dat zelfs in het midden van den winter, openstaan, en Gij zult, M.H., volgaarne met mij aannemen, dat zulk eene woning hoogst nadeelig voor de gezondheid is.

Van de schade, door dat alles aan beddegoed, kleederen en overig huisraad geleden, wil ik hier nog niet gewagen.

En of nu, M.H., de ziekte mijns kinds, tot welks genezing wij nu reeds zestien maanden alle geneeskundige middelen hebben beproefd en de rheumatiek, waaraan mijne vrouw thans lijdende is, het gevolg dier vochtigheid is, laat ik aan het oordeel van deskundigen over; maar dat mijne ongezonde woning oorzaak is van den langen duur der ziekte mijns kinds en een groot beletsel stelt aan zijne genezing, is het gevoelen van een ervaren geneesheer. – Nog, M.H., zou ik bij dat alles eenen zekeren toestand mijner vrouw kunnen voegen, welke niet zelden uit het bewonen van vochtige huizen onstaat kwam mij dat hier niet minder gepast voor.

En nu, M.H., vraag ik UEd.Achtb. in gemoede af, of ik zulk een toestand nog langer lijdelijk mag aanzien? Neen ik gevoel mij als echtgenoot en vader in geweten verpligt al het mogelijke aantewenden, om dien toestand te doen ophouden.

Redenen waarom de ondergeteekende zich tot den Achtb. Raad wendt met beleefd verzoek, dat het dezen mag behagen, daar er in Nederwetten hoegenaamd geene andere woning te bekomen is, in eene onderwijzerswoning te voorzien. Mogt echter de financiëelen toestand der Gemeente voor alsnog niet gedoogen tot het bouwen hiervan overtegaan, dan verzoekt de ondergeteekende voor hem de schoolkamer bewoonbaar te doen maken; ten einde hij daar tijdelijk zijn intrek neme, willende zich liever zoo bekrompen mogelijk behelpen, dan nog langer de gedachte met zich te dragen, dat zijn gezin aan een tal van ziekten en kwalen, ter oorzake eener vochtige en ongezonde woning, zou zijn blootgesteld.

Hetwelk doende

G.J. Korff

Hoofonderw. Nederwetten den 10 Juni 1868.

De jonge meester Korff verhuisde met zijn twee kinderen naar nummer 42a. Een paar jaar later werd hij hoofdonderwijzer in Mierlo. Het kind was een zestien maanden oude baby.


De "zekeren toestand" van zijn vrouw houd ik voor neerslachtigheid.

vrijdag 8 juni 2012

Het pak van Ingrid (Groeten) 1: Hoofd der school

1

2

3

4

5

6

7

8

9

Op de (jammerlijk verregende) Mimosamarkt van afgelopen zondag vond Ingrid het hierboven afgebeelde setje kaarten, verzonden aan Cato van de Ven uit GerwenVan de Vennen zijn er teveel om aan te beginnen, schoolhoofden gelukkig niet.

Het schoolhoofd in kwestie was Johannes van de Ven, geboren op 20 november 1871 te Sint Michielsgestel, katholiek, in Gerwen komen wonen na zijn benoeming aan de openbare lagere school aldaar in 1910, daarvoor werkzaam en woonachtig in Oostelbeers. Hij was getrouwd met Maria Elisabeth van de Ven. Er is een foto*:


Op de foto gaat de oude meneer op links door het leven als Dovens. Elders** trof ik dezelfde foto met dít commentaar: "deze klassefoto werd gemaakt bij de opening van de lagere school St. Clemens te Gerwen. Op 9 maart 1930 werd de school plechtig ingezegend door pastoor Frenken. Links zien we het toenmalige hoofd der school J v.d. Ven, en juffrouw Anna van de Kemenade-Dekkers. Rechts A.M. Dovens en juffrouw Toos Goudsmits-Renders". De oude meneer ís Johannes van de Ven, Antonius Martinus Dovens*** was nog maar 21 in 1930.

Aanvankelijk dacht ik dat Cato Johannes' vrouw was en de hele week heb ik bij Cato van de Ven het beeld van mevrouw van de Kemenade-Dekkers voor ogen gehad. Me hersens zijn soms elders.

Per 1 april 1927 werd de openbare school opgeheven en het lager onderwijs in Gerwen overgenomen door de parochie van Sint Clemens. Johannes kreeg op 10 maart van dat jaar eervol ontslag en trad in dienst bij de katholieken. Hij zou nog blijven tot 1936****. Ook juffrouw Anna was al van voor de verbijzondering. Dovens en Toos Goudsmits waren eigen kweek.

Op 25 maart 1910, daags voor Johannes' aanstelling als schoolhoofd, kregen Johannes en Maria Elisabeth een zoon, Martinus Johannes. Dat zou wel eens Mart. v.d. Ven op kaart nummer 6 kunnen zijn. De kaart is uit 1938. De familie woonde toen op het adres B68 (Heuvel). Daarvoor woonde men blijkens het bevolkingsregister op het adres Langlaar B 180. Daar zal de oude onderwijzerswoning gestaan hebben, waar Johannes in 1927 uit moest. Wel kreeg hij vergunning om een nieuw huis te bouwen, B68. Dezelfde Martinus lijkt me bedoeld op de kaart uit Luzern, die dateert van 1957. Mart. is dan in zijn vaders voetsporen getreden.

Kaart nummer 2 werd doorgestuurd naar het pensionaat in Aarle-Rixtel, een instituut voor katholiek voortgezet onderwijs. Behalve een zoon Mart., hadden Johannes en Maria Elisabeth ook een dochter, Maria Catharina, nog in Oostelbeers geboren, op 25 september 1905. Zij is de Cato van de kaarten (Catharina, ik had een tante Toos die zo gedoopt was). Toen ze twaalf was, in 1917 vertrok ze naar het meisjespensionaat in Aarle-Rixtel*****, twee jaar later keerde ze weer terug naar Gerwen. De eerste twee kaarten staan verkeerd om: kaart nummer 2 is de oudste. Me hersens zijn soms elders.

Bij Frans Wolters in Helmond liet het pensionaat zijn eigen kaarten drukken. Deze is uit 1901, Nella de Groot aan Cor Uiterwaal in Utrecht, met de groeten van Anna.


Op kaart nummer 9 staat dit:
Beste Cato en Martien
Hoe is het met jullie. Cato heb jij je jurk al gewassen. zoo niet dan wil ik het wel voor je doen. Kom hem dan als het kan een Woensdag even brengen en als hij schoon is breng ik hem wel terug. meid neem me niet kwalijk ik heb er niet bij stilgestaan. Me hersenen zijn soms elders. Ach iedereen heeft wel eens problemen en alles moet ik zelf maar op oplossen. Nu kijk maar wat jullie doen, als jullie niet komen hoor ik het wel Veel liefs en het allerbeste mini
Wordt ook hier de broer bedoeld? En zijn ze het ook op kaart nummer 8? Vrijgezellen?


* Jean Coenen: Gegeven Sint-Barbaradag 1300. Een Overzicht van de Geschiedenis van Nuenen, Gerwen en Nederwetten
** website Thuis in Brabant
**** de bekende (indertijd, volgens de kranten) beroepswichelroedeloper P.J. Dovens uit Lieshout was misschien een broer van hem
**** A.M.Frenken: Memoriaal der dorpen en parochies Gerwen, Nuenen en Nederwetten