Posts tonen met het label Lage Mierde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lage Mierde. Alle posts tonen

zaterdag 2 januari 2016

De bijvangst van oudejaarsdag

Op oudejaarsdag was ik nog vlug even in het BHIC. Ze hadden oliebollen en dat was maar goed ook want terug in Eindhoven bleken ze nergens meer te krijgen. Zo had ik er toch nog twee gehad.
Ik was er om in het archief van de landdrost te zoeken naar het origineel van het 'request' van de gemeente Bladel aan de landdrost ter zake het grensconflict met Hapert in 1809 en meer nog naar het 'berigt' daarop van Hapert. Die van ons hadden bij hun berigt namelijk een kaartje gevoegd, ter verduidelijking, en als er een ding is waaraan een hkv nog meer gebrek heeft dan aan foto's en aan jeugd, dan is het wel aan oude kaarten.
Daarover echter later.* Nu wil ik het hebben over Hilvarenbeek en de Mierden. In 1809. De bijvangst van oudejaarsdag, zogezegd.

Het verhaal gaat over de douaniers J. Servaas en C. Heckman en begint met een klacht van de 'ontvanger der onbeschreven middelen van Hooge Mierde, Lage Mierde en Hulsel', de ambtenaar die verantwoordelijk was voor het innen van de belastingen, J. Hoosemans:

Geinformeerd zynde dat op zaturdag den 6de dezer Corstiaan Verbaanderd woonende te Hoge mierden, van Tilburg retourneerde, hebbende op zyne kar geladen eenige haver, een varken twintig ponden touw met eenige winkelwaren, en zynde voorzien van een behoorlyke paspoort en billet op de ronde maat, is onder Hilvarenbeek in de hyde na den kant van Tilborg aangehouden, onder bedryging van zyn paard en kar ten kantore te HBeek op te brengen door twee Grensjagers genaamd Servaas, en Hekman, van de 14de Escouade te Hbeek gestationeert, en dat quasi onder voorwendsel dat hy verbaanderd geen vertoon kon geeven, waar en van wien hy die voorn: winkelwaren had gekogt of opgeladen; den man ongeleerd en zeer ignorant der wetten wierd angstig! En wierd zydelings van den eenen en anderen gewaarschouwd dat er nog tyd was om te kunnen accorderen, en is na veele moeiten en smeeken, onder toetelling van tien schellingen door de zelve ontslagen, en quasi in vryheid gesteld

Afpersing is wat de ontvanger bedoelt, 'corroptie', ambtsmisbruik. De landdrost laat de zaak onderzoeken en zet ook Hoosemans' collega Heijmans, de houder van het in Hoosemans' klacht genoemde belastingkantoor in Hilvarenbeek, aan het werk. Die roept de twee grensjagers op het matje en verhoort ze. In hun verklaring gaat het ineens over een 'slijpsteen'. Ik citeer maar weer, al was het alleen maar om de topografie. In reactie op de klacht dat zij de arme Corstiaan Verbaanderd tien schellingen zouden hebben afgeperst:

Zy geweeten dat wij gemelde Corstiaan Verbaanderd op voors: dag met zijn kar geladen en ter plaatse als in den missive vermeld, hebben ontmoet en nog bij denzelve hebben geweest twee karren, door ons ondergeteekende voor eerst is gevisiteerd de kar van Corstiaan Verbaanderd, en bij het afstappen van dezelve op den grond hebben zien leggen een slijpsteen door ons is gevraagd aan den zelve en de bijstaande voerlieden en omstanders aan wien dien slijpsteen toekwam, waar op dezelve alle hebben geandwoord zulx niet te weeten, vervolgens gegaan zijn in de bijstaande Herberg aan den Hospes en desselver Huijsgadin meede hebben gevraagd, of zij niet wisten aan wien dien slijpsteen was toebehoorende door dezelven almeede is geandwoord zulx niet te weeten, waar op wij hebben gesegt, Terwijl den zelven dan aan niemand toehoord en wij hem daar vinden, dan zullen wij denzelve meede neemen en voor ons houden, en versogten daar op een van de voorlieden om denzelve op zijn kar te leggen, welke zulx gedaan heeft, waar op wij te saamen vertrokken, En eyndelyk gekomen zijn aan een Herberg genaamd den Hemel te Hilvarenbeek, aldaar door ons is gedronken een Glas Bier, waar na wij saamen weder wilde vertrekken, door ons is ontdekt dat den slijpsteen van den kar was genomen waar op wij in toornigheid hebben gevraagd, waar den slijpsteen was, daar de voerlieden alle op andwoorden zulx niet te weeten, Eyndelyk een van dezelve bij ons is gekomen, en heeft gesegt daar hebt gijlieden 10 Schellingen zijt zoo kwaad niet meer en blyvt maar stil van den slijpsteen, want dien zult gij niet meer krijgen, welke wij na veel woordewisseling ten laatste, in vergelding van den slijpsteen hebben aangenomen in verwagting zynde wij ’t Rijk daar mede geen nadeel toebragten terwijl wij den slijpsteen aldaar gevonden hadden en dit als ons Eygendom aanmerkte;

Volgens de twee grensjagers ging het dus niet alleen over Corstiaan Verbaanderd maar over een hele groep voerlieden en meenden zij om niet meer zo goed na te voelen, vroegnegentiende-eeuwse redenen dat de slijpsteen en bijgevolg de tien schellingen hen toekwamen. Het is niet zo makkelijk om dit soort oude stukken te interpreteren, om te bepalen wát er aan de hand was en ook hoe erg het allemaal wel was of werd gevonden. Het is Hoosemans' woord tegen dat van de grensjagers en de belastinggaarder in Hilvarenbeek, die op hun hand was. Gelukkig beschikken we ook over het commentaar van de 'Inspecteur der Middelen Te Lande in ’t Departement Braband', de hoogste provinciale belastingbaas. Die namelijk, meent in het bestraffen van de douaniers niet verder te kunnen gaan dan het opleggen van een 'politieke mesure' en dat tot zijn spijt. In zijn rapport aan de landdrost merkt hij op:

dat hoezeer ik door zydelingsche informatiën min of meer, van hunne vexatoire handelingen ben overtuigd, en waartoe de missive van den opgemelde ontvanger van Lagemierde enz. op nieuws het vermoeden daar van vermeerdert, zoo geloof ik echter niet, dat uit de productie van het in mijne handen gesteld stuk genoegzame gronden oplevert, om bij provisie eenen anderen weg dan eene politieke mesure inteslaan, en ik neme derhalve de vrijheid om, in afwachting van nadere bewijzen, deswegens in consideratie te geven 1e Dat aan de grensjagers J: Servaas en C: Heckman inmiddels UWHoog EdGestr hoogste ongenoegen over derzelver vexatoir gedrag wordt te kennen gegeven

De politieke mesure behelsde voorts overplaatsing van de beide grensjagers naar achtereenvolgens Overloon (Servaas) en Chaam (Heckman). Terwille van Sinte Genealoga, zij nog vermeld dat hun plaatsen te Hilvarenbeek werden ingenomen door M. van Giessen en D. Hans.




* Jaarboek 2016

maandag 14 oktober 2013

Lagemierde

Het hier volgend ministerieel besluit, in de maand september van het jaar 1857 bij verschillende gemeenten binnengekomen, nodigt ertoe uit de archieven nog wat harder uit te knijpen maar aangezien een reisje naar Den Haag er op korte termijn voor mij niet in zit, volsta ik ermee te veronderstellen, dat de in het besluit genoemde burgemeester-adressanten tot hun spijt geconstateerd zullen hebben, precies het tegenovergestelde bereikt te hebben van wat ze beoogden:

De Minister, nader gelet op een adres van de Burgemeesters der Gemeenten Hoogeloon c.a., Bladel c.a., Hooge mierde c.a. en Reusel, houdende verzoek dat, in het belang der dienst en van de veiligheid, de Postbode van den Broek na des avonds een uur te Lagemierde vertoefd te hebben, naar Vessem moge terugkeeren.
Gezien een rapport van den Inspecteur der Posterijen te Breda, dd 1 dezer, N 8095, ingevolge m:a. dd 29 July jl N 132.
Heeft goedgevonden en verstaan:
1 enz:
3. Den Adressant te doen opmerken dat, zooals de bodeloop thans is geregeld, de Postbode niet ten 7 ure, zoo als in hun adres wordt opgegeven, maar ten 5 ½ ure ’s avonds te Lage mierde aankomt en hun voorts te kennen te geven dat het uur van vertrek naar Vessem voor het vervolg is bepaald op 8 ure ’s avonds, zoodat de Ingezetenen van Lage mierde, in spoed vereischende gevallen, nog gelegenheid zullen hebben tot beantwoording der brieven die ten 5 ½ u. ’s avonds worden aangebragt, - welke gelegenheid de Minister vermeent dat, ook met het oog op de te Vessem aansluitende post op Eindhoven, door een vroeg vertrek uit Lagemierde niet mag worden weggenomen, - wordende overigens wat de onveiligheid van den weg betreft het er voor gehouden dat zulks wel hetzelfde zal blijven of de bodeloop des avonds dan wel in den vroegen morgen wordt uitgevoerd.*





* Ingekomen brieven adressant nummer 3 (Hoogeloon c.a.) 1857

donderdag 27 juni 2013

Dramatisch

In het regiokatern van de Meierijsche Courant van 4 maart 1916 verscheen het volgende bericht:
Even ten Noorden van Lage Mierde hoorden de boeren van Welluseind hevig hulpgeroep en toen men ter plaatse kwam scheen er een minder aangename ontmoeting plaats te hebben die als 2e bedrijf mogelijk nog wel op het tooneel komt.
Meer niet. De schrijver lijkt hier de techniek te hebben toegepast van het 'beschrijven door karakteriseren'. De mensen hier begrepen dat. Het kwam denk ik, door het bericht dat er op volgde:
Duizel. De hier voor een paar weken opgerichte tooneelclub onder den naam 'De Kempische Tooneelspelers' zal met de a.s. Vastenavonddagen van zich doen hooren. Naar we vernemen zijn er flinke stukken aangepakt en druk bestudeerd zoodat er heel wat van de opvoering verwacht wordt. Den toneelspelers zij een groot succes toegewenscht.
Uitgenodigd was ook burgemeester Panken. Zijn exemplaar van het programma van die avond is in het gemeentearchief beland:

1. Zangnummer: Aan U o Koning der eeuwen
2. Verschijning Maria
3. De Blinden (Dramatisch.)
4. Moeders Pappot
5. De Amsterdamsche Jood.
6. Ook naar 't Concours geweest.
7. De Blauwe Golf

Pauze (15 Minuten).

8. Docter Hoboken. Klucht in twee Bedrijven.Tusschen het eerste en tweede bedrijf:
9. De Preek van Pastoor van Schaerbeek.
10. Zangnummer: 'Het Hemelrijk.'
11. Docter Hoboken. 2e Bedrijf.
12. Installatie van den Burgemeester.
13. Vader en Zoon. (Dramatisch.) 2 personen.
14. De Bedroefde Recruut.

Entrée 1ste Rang... 15 cent
Entrée 2e Rang... 10 cent
Uitvoering voor Dames en kinderen
Zondag bevorens ten 4 ure (na het Lof)
Entrée voor kinderen 5 cent.

Het Bestuur
De Secretaris J. van Hoorn
De Voorzitter K.M. Brouwers

Wat ervan te zeggen? Voor elk wat wils! Het programma werd gegeven op  6 maart 1916 - vastenavond-maandag - en voor dames en kinderen de zondag ervoor. Johannes van Hoorn en Karel Maria Brouwers werkten beide op het gemeentehuis in Duizel en hadden dus alle gelegenheid het programma persoonlijk aan de burgemeester te overhandigen. Toch arriveerde het met de post:


De parochie van Sint Jan Baptist heeft nooit een pastoor Van Schaerbeek tot herder gehad, dus bedoeld moet zijn een gastpreker of een klucht. Dat geldt ook voor de installatie van de burgemeester: Panken was op dat moment al veertien jaar burgemeester van Duizel c.a. en vijf jaar van Hoogeloon c.a. Volgens het Eindhovens Dagblad had het theater stampvol mannen gezeten en was de opvoering een daverend succes geweest:
De opvoering van de verschillende zang en tooneelstukken der nieuwe Tooneelclub op gister mag uitsteekend geslaagd heeten. Het lokaal was vol bezet, waaronder wij belangstellenden van buiten mochten opmerken. Door het bestuur werden allen hartelijk verwelkomd, terwijl wederkeerig van de zijde der toehoorders een compliment aan het jeugdig gezelschap werd gebracht. De zaak blijft in goede handen, zoodat wij later nog eens flinke stukken mogen tegemoet zien.*
Meer flinke stukken zijn er waarschijnlijk niet gekomen, aangezien de twee bestuursleden kort daarna emplooi vonden bij andere gemeenten.




* Eindhovens Dagblad, 7 maart 1916.