maandag 27 april 2020

Droog verslag van Koningsdag (Corona 20)

Niet wakker geworden waar ik dacht dat ik was. Op de matras namelijk in de logeerkamer bij Ingrid en niet in mijn eigen slaapkamer. Ik dacht al, wat een boel licht, heb ik het aangelaten? Het was gewoon de zon van vijf voor acht.
Ontbeten met een potje perenjam dat een jaar over de datum was. De 35%-sticker zat er nog op. Goed voor vier beschuiten. Daarna de post doorgenomen, waarbij de verwachte vaststellingsovereenkomst. Die was niet heel verrassend. Ik belde Ingrid en vroeg of ze hem al wilde lezen, over tekenen nog geen woord maar ze begon te huilen en ik bond gauw weer in. Komt wel. Met dat niet meer werken, is ze nog lang niet klaar. Donderdag belt ze erover met de psycholoog. Die vrouw is kennelijk zo aanhalig dat ze zichzelf niet vertrouwt en daarom maar thuis werkt. Ingrid heeft het zich voorgenomen. Dat is goed, dat toont regie en weerstand.
Toen ik in de auto wilde stappen om lijfelijk naar d'r toe te rijden, kwam de buurman aangelopen, met zijn hond. Buurman is leraar en uit dien hoofde sinds half maart al thuis. Vakantie noemt hij het, lichtelijk gegeneeerd, wat hem siert. Wat pandemieën betreft, die zijn onvermijdelijk vanaf nu. Mens en dier leven te dicht op mekaar. Klonk me wat post-neomalthusiaans in de oren en ik had vanavond de minister-president willen vragen of, in navolging van de verpleeghuizen, ook de middelbare scholen niet wat eerder open konden, omdat God weet op wat voor bizarre websites die leraren thuis terechtkomen, nu het toezicht van hun leerlingen is weggevallen - toen ik hoorde dat wetenschappers zometeen in Nieuwsuur hetzelfde gaan beweren. Klimaatactivisten en leraren; zelfs áls ze gelijk hebben, krijg je er kwaaie zin van.
De twee groezelige plastic tuinstoelen voor het bezoekersraam aan de overkant van het grasveldje waren dubbel geboekt. De twee vrouwen en hun moeder aan de andere kant van het glas hadden met ons te doen: als we ze nog een kwartiertje lieten zitten, mochten wij het tweede halve uur. In dat kwartiertje wist Ingrid in de back office te bedingen dat ik in het halletje mocht, zijzelf anderzijds de gesloten schuifdeuren en hoewel we daar niemand in de weg zaten, kregen we al vrij snel een raam voor onszelf, aan de andere kant van het gebouw, een raam met een luifel ook nog. Aan een belendende muur hing een vogelhuisje, de bewoner waarvan ik thuis zag komen. Ingrid moest ver voorover gaan zitten om het te kunnen zien. Geen koolmees meenden we allebei. Goed om te zien dat ze zich weer interesseert voor de vogels en goed ook dat ik eraan gedacht had een plastic tas mee te nemen met een vogelhandboek en het nieuwste nummer van het tijdschrift Vogels. Wel was ik zo dom om hem in het halletje te laten staan. Dat soort domme dingen doe ik voortdurend. Dat heeft niets met corona te maken, meer met mijn medemens in zijn algemeenheid, die ik maar niet kan ophouden in overdrachtelijke zin als buitengewoon besmettelijk te ervaren. Een normaal mens zou broodmager zijn, zoveel calorieën als me dat kost.
Daarna wat oefeningen uitgehaald in de beweegtuin bij Ingrid op het complex. Een luxe, nu de sportscholen dicht zijn. In Bergeijk weet ik er ook één.
In Beuningen was de buurvrouw bezig in de voortuin. Ze had longontsteking gehad in januari, cara-patiënt die ze is. Ze vaart nu op haar "innerlijk kompas" (jaja, ik citeer) en dat wijst haar om nog even niet te gaan werken. Het is maar waar je noorden ligt, denk ik. Ze wilde graag Ingrid's boodschappen doen, als die weer thuis was. Voor Ingrid zal dat een fijne gedachte zijn en mij zal het leren. Het noorden is nog steeds het noorden, hoe raar de tijden ook zijn. Al ben ik niet degene die dat voortdurend loopt te roepen. Je kunt toch gewoon een boek gaan lezen?
In Ingrid's achtertuin nog even het alleropzichtigste onkruid gewied. Verder spray besteld tegen marters. Er heeft er één bij Ingrid in de auto gezeten en ze komen terug ook, dus ik ga er maar vanuit dat die Kia corona onder de kap heeft. Nertsen hebben het ook. Volgend weekend daarom de motor maar even behandeld. Mijn eigen Kia gewassen, die had het nog harder nodig dan ik de kapper.
Vanavond bel ik nog even. Mezelf nog maar eens opwinden voor een peptalk. En vertellen van de buuv en het versoepelen van de maatregelen. En van de broccolisoep van vanmiddag die eruitzag als aspergesoep. Ze moest erom lachen. 
Het zijn rare tijden.

















Geen opmerkingen:

Een reactie posten