Posts tonen met het label Steensel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Steensel. Alle posts tonen

zondag 11 december 2016

De toren van Steensel

Nu ik er elke dag langs rijd, soms rechtsom, soms links, is het net of-ie me van weerskanten wijst op de dwaling mijns weegs:

En gaet ter stede nie
Daerinne en is geen heil
Siet op mi in stede
en gaet mine pointe.*

Vandaag was ik erin. 78 treden. Met dank aan de Werkgroep Stinsels Archief en Jan van de Ven voor de rondleiding. Het was prachtig! 
De toren is een rijksmonument vandaag de dag, de klok luidt elektrisch, de wenteltrap is weer begaanbaar en voorzien van een statie; er leidt geen vermolmde ladder de spits meer in en op het plateau ter hoogte van de eerste geleding hangen de bouwtekeningen van de jongste restauratie. Hoed af voor de werkgroep. Zonder haar inspanningen was ik nooit zo hoog gekomen.
Maar.
Ik begrijp wel dat je moeilijk kunt roepen dat de toren altijd een mysterie blijft, als historievorsende werkgroep en toch, als ik zo vrij mag zijn, is en blijft-ie dat wel, voor mij. De Lucia-toren is ouder dan de som van alle heemkunde. De Lucia-toren wijst voorbij de tijd. Het wordt tijd dat-ie gaat figureren in een roman en die ga ík schrijven. Zo gauw ik tijd heb.











* dit is volslagen lariekoek natuurlijk. Laat de Middelnederlandse woordenboeken maar in de kast staan.


zondag 13 maart 2016

Allochtonen

De geschiedenis van het lager onderwijs in de Kempen interesseert mij enorm. U waarschijnlijk veel minder. Waar ú op moet letten in onderstaand knipsel over de contente meester Van Sambeeck, dat, ik heb het er maar even bijgeschreven, dateert van 1986, is het gebruik van de begrippen 'autochtonen' en 'allochtonen':


De 'allochtonen in de Steenselse nieuwbouw'. Enig idee? Ik heb zo'n gevoel, nee, ik weet het wel zeker, dat hij het oog heeft op een categorie mensen waarvan ik met zekerheid durf te beweren dat ze het tegenwoordige inburgeringsexamen met behoorlijk wat meer succes zouden afleggen dan de autochtone flapdrol die indertijd dit stukje is komen inleveren bij Jan Roest op het industrieterrein... Die, anders gezegd, hun dorp een stuk verder vooruit waren dan hij en zijn contente Vutter.

donderdag 25 april 2013

Middelmatig

In 1807 verscheen bij J.S. van Esveldt-Holtrop te Amsterdam het eerste deel van de Tegenwoordige Staat van het Koningryk Holland, dat geheel was gewijd aan het departement Brabant. Schrijver was Servaas van de Graaff.
De recensent van de Hedendaagsche Vaderlandse Bibliotheek van Wetenschap, Kunst en Smaak las het werk met genoegen maar wees wel op een aantal onnauwkeurigheden. Zo had de auteur de spits van de Steenselse toren te hoog ingeschat:
Bladz. 538 wordt gezegd: Steensel heeft eenen zwaren toren en een hoogen spits, dit moet zijn: een laag of middelmatig spits.*
Ik vraag me af of de recensent zich hier baseerde op door de auteur in zijn boek gedefinieerde criteria omtrent de hoogte van torenspitsen. Moet dat nog eens nagaan (hoe wist-ie dat de toren middelmatig was? En zat er trouwens nog een kerk aan de toren vast, toen?). Voorts wees de recensent op een aantal hinderlijke ongelykheden in spelling. Zo had de auteur Duizel af en toe Durzel genoemd en Bergeik Berkeik.

De horizon van Servaas van de Graaff was overigens geenszins zo beperkt als Brabant, of zelfs maar Holland: vrijwel gelijktijdig met zijn beschrijving van Brabant, zagen van zijn hand tractaten het licht over Oostfriesland** en Portugal.*** Bovendien was hij dichter (dichtte-d-ie), zij het dat zijn 'vrij vloeijende verzen' zich nooit boven 'het middelmatige verheffen.'****


*****



Hedendaagsche Vaderlandse Bibliotheek van Wetenschap, Kunst en Smaak, jaargang 1808, p. 319-323
** Statistiesch Overzigt van Oostvriesland en Jever; Den Haag (Belinfante & Comp), 1808
*** Statistiesche beschouwing van Portugal: volgens de nieuwste en beste berigten; Belinfante, 1807; in 1809 ook nog: Schets van Spanje en der Spaansche Kolonien
**** A.J. van der Aa, Nieuw biographisch anthologisch, en critisch woordenboek van Nederlandse dichters. Amsterdam, 1845
*****

Zoo ooit een vrouwe Lier, een mannelyk oor kon strelen,
Gij! Petronella Moens, uw luit verrukt elks hart;
Wie ooit in snaastens leed, in snaastens vreugd kon deelen,
Uw hart gevoeld elks vreugd, uw ziel gevoeld elks smart!
geen laffe vleyerij trilde ooit op uwe snaren;
Maar groot voor ’t vaderland, voor vriendschap en de deugd,
blyft uwen naam beroemd in slands historie blazen,
zoo lang de digtkunst hier ’t gevoelig hart verheugd. –
‘K ben grootsch, dat ik myn naam mag in Uw album schrijven!
waar meê heb ik die gunst, heb ik deze eer verdiend?
Maar wilt gij dat ik steeds daarvoor zal dankbaar blijven?
Voldoe dan mynen wensch – erken mij voor Uw vriend?

De kerk zat er nog aan. Werd ter plekke vervangen in 1821 omdat de protestanten hem hadden laten verpieteren. Pas in 1933 werden toren en kerk gescheiden.
Hij had wel gelijk hoor, de recensent. Vergelijk de toren van Steensel maar eens met die van Eerde:



dinsdag 5 maart 2013

Die met paarden omgaat








De Meijerijsche Courant, op 4 april:

STEENSEL. Die met een paard omgaat, heeft met zijn meester te doen. Een landbouwer van Hapert had te Eindhoven een varken geleverd. Bij zijn terugkeer legde hij te Steensel aan in de Ster en toen hij zijn vastgebonden paard weer losmaakte, werd dit eensklaps schichtig, sloeg op hol en sleepte toen den geleider, die met de leidsels in de hand op den grond viel en zoo zwaar gewond werd dat hij een oogenblik later dood naar binnen werd gedragen. De ongelukkige, Vogels genaamd, is een ongehuwd man, die gezamenlijk met zijne zuster huisde.