Hier wordt vonnis gewezen in het proces tegen Cornelis Otten (Casteren) op 10 juni 1858. Cornelis wordt veroordeeld tot acht dagen gevangenis, een straf die hij kan afkopen met geldboetes van 5 gulden ten faveure van de staat en 1 gulden voor de gemeente Hoogeloon, Hapert en Casteren. Kijk goed naar de doorhaling en merk op dat de dienstdoende klerk aanvankelijk schreef "Hoogeloon, Hapert en Ca Eersel". Hij moet heel even ingedut zijn. Overigens kwamen we er maar bekaaid van af: de Officier van Justitie had 25 gulden geëist voor de staat en 7,50 voor Hoogeloon c.a. De rechter had opmerkelijk genoeg Cornelis' kennelijke beschonkenheid laten gelden als verzachtende omstandigheid toen deze in de herberg van Johanna Vervest in Hoogeloon Antonie van de Ven tegen het "schenkblok" en Johanna's bierglazen alle kanten op smeet...
Posts tonen met het label Casteren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Casteren. Alle posts tonen
zaterdag 2 december 2017
maandag 25 september 2017
Lang verhaal waar u even mee vooruit moet kunnen
Het jaarboek-2017.
Ik heb het over Pladella Villa. De Heemkundige Vereniging.
(vreselijke naam overigens, Pladella Villa. Het moet me toch (weer) eens van het hart. Het anachronisme, de associatie met Bladel. Ik zin al tijden op een alternatief. Voor na de staatsgreep. HaNeCaHobla of zoiets. Dat is het em ook wel een beetje: vind maar eens wat anders. Zoiets dufs als Acht Zaligheden of Hooge Dorpen wil je ook weer niet. Het is een beetje vijf-dorpen-geen-gemene-deler met ons. Ik ben geboren in Hoogeloon, Hapert en Casteren, zei Jannie al)
Het jaarboek-2017. Heemkunde.
Ik lig er wakker van. Nie best, ik weet het, hoog opgeleid, volwassen, dan hoort het je niet te overkomen. En toch. Ik lig het.
210 pagina's heb ik gisteren uitgerekend, als Wim van de Linden tenminste zijn stuk over de schoenmakerij van zijn vader op tijd inlevert (waarom moet dat zo lang duren? Hij heeft toch tijd zat nu? Ik heb toch ook geen sociaal leven?).
210 door mijzelf op te maken pagina's. Lonneke wil niet meer en mijn plan B is onverwacht getrouwd en nu op huwelijksreis (plan C is al (pas) bevallen van een dochter).
Ik doe dat in Word, iets anders kan ik niet en eigenlijk ook dat niet. Het is een getob van hier tot Hoogcasteren. De teksten willen nog wel (al zullen er toch wel weer taalfouten inzitten, al mijn herlezen ten spijt. Beter om mij dat dan maar niet te vertellen. Voor U), het zijn de plaatjes waar ik gek van word. De tante Keeën Heesterbeek springen alle kanten uit! En de ondermarges. Geen twee van mijn ondermarges zijn gelijk. Hoe kan dat nou toch? Het zijn toch geen mensen?
Mijn hoop is gevestigd op Bianca van de drukker. Ik ben haar wezen consulteren op mijn vrije dag en zij is helemaal mijn lettertype.
Mijn eigen tekst gaat dit jaar over de tegenstelling autochtonen-allochtonen. In 1973 bedoel ik. Die had je toen ook al, al kwamen de allochtonen van minder ver en spraken ze beter Nederlands dan wij. Was U er een? Meld U dan! U krijgt van mij alle 210 pagina's van het jaarboek-2018. Doe nou toch eens Uw verhaal! De boekenplanken in onze bieb zakken door van het onze!
Beter gaat het met de foto's. Had wat voeten in de aarde maar loopt nu. Ik vergelijk het altijd maar met verspringen: we kwamen niet goed uit op de balk en zaten vast in de zandbak. Gelukkig is cousin Stijn ons komen vlottrekken.
Het werk wordt gedaan door een gepensioneerde archiefmedewerker van de voormalige gemeente HoHaCa, Albert. Kijk gauw hier.
Ik heb geblogd over het zaterdagse bad. Gisteren zag ik dat mijn blog gelinkt was door Frank Krijnen op Facebook. Dat was een tikkeltje genant, ik vertelde het vanochtend nog aan een collega. Ik had het bad namelijk net leeggekiept omdat het in minder dan 24 uur al meer dan 200 keer gelezen was. Van dat soort statistieken kan ik normaal alleen maar dromen dus ik dacht dat mijn bad een soort van aandacht had getrokken waar ik niet op zit te wachten. Nu het het goeie ouwe facie blijkt te wezen, gooi ik het maar weer vol. Al blijf ik het in de gaten houden.
Maar even serieus nu.
Over dat jaarboek 2018.
Het mooie van tijdnood in het ene jaar, is dat je vooruit gaat fantaseren over het volgende. Ik kan U dan ook nu al de inhoud verklappen van het boek van volgend jaar: 1) een artikel over het Zwartven, mijn favoriete verdwenen sportpark (moet Sander Jansen nog mailen dat het me dit jaar niet gaat lukken!); 2) een lang stuk over gemeenschapshuis Den Tref in Hapert, naar aanleiding van het 51-jarig bestaan; 3) een stamboom van de familie Claassen; 4) een mini-biografie van Cornelia Adriana Judith Deckers (1777-1853), met medewerking van vijftien (nog op te sporen) historisch geinteresseerde gemeentenaren van hier en 5) een stripverhaal over de avonturen van een voetballende A-junior in Hapert in de jaren '70 van de vorige eeuw ("Adri en de wondersloffen").
Wat dunkt U? Zal ik er vast 500 bestellen?
donderdag 21 september 2017
Kaboutermannekes
"Eer wij de verhandeling van Heylen* uit de hand leggen, moeten wij nog daaruit aanteekenen, dat er te Castelré bij Eersel een Alvenberg ligt, die voormaals om spookerij bij onwetende landlieden en kinderen zeer berucht was. De naam Alvenberg is zeer gemeen aan veele zandbergen der Kempen, zegt Heylen, die daarbij voegt: "Men weét dat de gemeene landslieden de moedertael dikwijls zoo verkorten en veranderen, dat ze als onverstaanbaar word aen die volgens de letter spreéken. Hiervan heéft men een staeltjen in het gemeld woórd Alvenberg: dit word ook by sommige (als tot Rethy en elders) uytgedrukt doór Aberg en Asberg, op andere doór Alsberg, Alfberg, enz., doch is niet anders als Alvenberg of berg, waer volgens bygeloovige overlevering, voórtyds de Alven of zoo genoemde Kaboutermannekens zouden gewoond hebben, de welke, volgens het wangevoelen eeniger slegt onderrigte landslieden, de potten en kruyken, die daer ondertusschen gevonden worden, zouden gebruykt hebben."
* A.H.C.T. (A Heylen Canonicus Tongerloënsis) verlichtinge der Brabandsche en andere Nederlandsche oudheden, ofte Vaderlandsche verhandelinge over eenige Urnen ofte lijkvaten, onlangs door de zorg en bekostiginge van den Eerw. Heere Godefr. Hermans, Prelaet der Abdij Tongerloo, ontdekt bij het Dorp Alphen, Maestr. 1793 4e fig. Een zeer zeldzaam, antiquarisch werkje uit 1793. Wordt geciteerd in het Mengelwerk van de bekende 19e-eeuwse Brabantse historicus C.R. Hermans, deel II, p. 269-270. De titel lijkt erop te wijzen dat er al in 1793 prelaten liepen te graven in de grond. Hun vondsten ("potten en kruyken") werden object van bijgeloof. Wat is Castelré bij Eersel overigens? Casteren? Of is het de richting Hoogcasteren gelegen Kabouterberg van Hoogeloon?
vrijdag 26 februari 2016
Vroom
Vandaag was ik in het Erfgoedcentrum Kloosterleven in Sint Agatha. In het archief van de Redemptoristen vond ik dit verslag van een te Casteren gehouden noveen*. Het leukste heb ik paars omvaald:
Op de achterkant wordt de kempische vroomheid gekwantificeerd: deelname aan de 'avondoefeningen': 280 volwassenen per avond; deelname aan de 'morgenpreken' per morgen: 325 volwassenen en 90 kinderen; aantal biechten: 414 volwassenen en 90 kinderen; aantal communies: 2250.
* van 4 tot 12 oktober 1958
zaterdag 21 juni 2014
Wie was nou die burgemeester
Ik kreeg een opmerking over mijn vorige (Lijskes beurs, over de beurzenstichting van Elisabeth Stalpaerts), als zou ik een 'warrig verhaal' geschreven hebben. Nou ja zeg! Zegt zij tegen mij: wie was nou bijvoorbeeld die burgemeester? Nou ja zeg! Alsof iemand net de Bijbel uit heeft en je dan vraagt: wie was nou die Jezus?
Hoort allen.
Als ik in este blogam spreek van 'de burgemeester', dan bedoel ik die van de voormalige gemeente Hoogeloon, Hapert en Casteren (een heel enkele keer misschien die van oud-Bladel maar dat dan per abuis, want als ik die bedoel hoor ik het erbij te zeggen, zo heb ik het met mezelf afgesproken en daar mag U van uitgaan). Als mijn blogs niet over heel iets anders gaan, beste opmerkster, dan gaan ze over Ho Ha en Ca, want anders zeg ik het erbij. Over de periode 1800-1950 kan ik er ook nog bijzeggen, al kan dat zowel naar onder als naar boven uitlopen, aangezien ik me ook wel interesseer voor de premoderne tijd en mijn opa wethouder was te HHC tot 1961, als ik me niet vergis.
Dit zijn de namen:
J. Swalen
J.F.C. Meijer
A. Luyten
A.J. van Eijk
P.J.A. Hoeks
P.G.A.G. Panken
P.J. Goossens
Misschien verdiep ik me ooit nog wel eens in hun levens. Meijer interesseert me zeker en ook Luyten wel, al was het alleen maar omdat zijn naam zo lijkt op die van mij. Ze worden wel wat fletser naarmate de tijd verstrijkt, de man na Goossens kan ik me persoonlijk herinneren en dat smoort een beetje de 'historische sensatie'. Panken ageerde tegen het neomalthusianisme, hetgeen ik nogal... voorspelbaar vind. Hier is wat districtscommissaris Wesselman meldde aan de gouverneur in Den Bosch over de eerste in het rijtje...
Hoort allen.
Als ik in este blogam spreek van 'de burgemeester', dan bedoel ik die van de voormalige gemeente Hoogeloon, Hapert en Casteren (een heel enkele keer misschien die van oud-Bladel maar dat dan per abuis, want als ik die bedoel hoor ik het erbij te zeggen, zo heb ik het met mezelf afgesproken en daar mag U van uitgaan). Als mijn blogs niet over heel iets anders gaan, beste opmerkster, dan gaan ze over Ho Ha en Ca, want anders zeg ik het erbij. Over de periode 1800-1950 kan ik er ook nog bijzeggen, al kan dat zowel naar onder als naar boven uitlopen, aangezien ik me ook wel interesseer voor de premoderne tijd en mijn opa wethouder was te HHC tot 1961, als ik me niet vergis.
Dit zijn de namen:
J. Swalen
J.F.C. Meijer
A. Luyten
A.J. van Eijk
P.J.A. Hoeks
P.G.A.G. Panken
P.J. Goossens
Misschien verdiep ik me ooit nog wel eens in hun levens. Meijer interesseert me zeker en ook Luyten wel, al was het alleen maar omdat zijn naam zo lijkt op die van mij. Ze worden wel wat fletser naarmate de tijd verstrijkt, de man na Goossens kan ik me persoonlijk herinneren en dat smoort een beetje de 'historische sensatie'. Panken ageerde tegen het neomalthusianisme, hetgeen ik nogal... voorspelbaar vind. Hier is wat districtscommissaris Wesselman meldde aan de gouverneur in Den Bosch over de eerste in het rijtje...
... moreel in orde voorts en zedelijk onbesproken.
donderdag 3 april 2014
woensdag 4 september 2013
Brievenbus
Op 30 september 1854 ontving de burgemeester ten onzent, vanuit Eindhoven het volgende schrijven:
Daar er ingevolge eene Ministerieele Resolutie bepaald is dat er eene brievenbus aan het schoolhuis te Kasteren zal geplaatst worden, zoo verneem ik tot myne bevreemding, dat het verlof daartoe geweigerd wordt. Althans heden is my door den postbode berigt geworden, dat de onderwyzer aldaar, welke naar myn oordeel daaromtrent niets te beslissen heeft, de plaatsing geweigerd heeft. Het zou my aangenaam wezen, indien ik deswegens door UEd mogt worden ingelicht, ten einde, zoo hieraan niet mogt worden voldaan, hiervan aan Zyne Excellentie kennis te geven.
De Directeur van het Postkantoor
..
De burgemeester was van oordeel dat wie vanuit zijn gemeente brieven te versturen had, die gewoon naar de dependance in Bladel kon brengen en dat een extra brievenbus in Casteren niet nodig was. Aldus had hij de postmeester te Eindhoven doen weten. Waarop deze:
Voordat ik myn rapport omtrent de weigering tot plaatsing eener brievenbus aan het schoolhuis te Casteren, aan Zyne Excellentie den Minister van ..tien inzende, heb ik het geraden geoordeeld, UEA .. ten dien aanzien te moeten onderhouden, te meer .. het my uit eene missive dd 6 Oct ll No 627 gebleken is, dat UEA in het denkbeeld verkeerd als dat het daarstellen eener brievenbus uitsluitend in het belang der ingezetenen van Casteren zoude geschieden, hetwelk geenszins het geval is, zynde deze maatregel hoofdzakelyk genomen in het belang der ingezetenen van Netersel, ten einde hen het bezorgen der brieven zoo veel mogelyk te faciliteren, daar zy in den tegenswoordige stand van zaken verpligt zyn hunne brieven te laten bestellen ten hulpkantore van den heer brievengaarder te Bladel.Indien deze postverbetering tot stand komt, zal de dienstdoende postbode met de ligting der brievenbus belast worden.Ik hoop dat deze supplicatie voldoende zal zyn om UEA het gemak ten behoeve van Netersel waarvan Casteren tevens profiteren kan, te doen beseffen, en ik twyfel derhalve niet, of UEA zal uwe medewerking niet willen weigeren om deze maatregel, ten algemeene nutte by Ministerieele Resolutie genomen, en reeds ter executie voorgeschreven, tot stand te brengen, want het zy my vergund UEA .. dat het hier de vraag niet geldt, of voorzegde maatregel doelmatig of noodzakelyk is, maar daarin slechts uw gezag wordt ingeroepen, ten einde dat de uitvoering van het besluit in deze bevorderd zou wezen.Byzonder aangenaam zal het my (zijn) hierop zoo spoedig mogelyk een antwoord te mogen ontvangen.
De Directeur van het Postkantoor
..*
* een aantal opmerkingen nog: ten eerste is de naam van de directeur van het postkantoor in Eindhoven tot tweemaal toe onleesbaar. Ten tweede hebben ze het hier bestaan om de ingekomen stukken (gemeente-archief Hoogeloon c.a. 1811-1925, invnr. 361 e.v.) in te binden en ten dien einde passend te maken, dat wil zeggen er waar nodig tot twee centimeter af te snijden. Daardoor zijn er aan begin en einde van de regels woorden weggevallen, die helaas niet in alle gevallen terug te redeneren zijn. Ten derde: een minuut van de missive van 6 oktober is misschien nog te vinden in het register van uitgaande stukken. Dat echter, ga ik aan het toeval overlaten.
woensdag 25 januari 2012
Groeten: De Voetsen (2)
Kees, voor ik hem vergeet. De Kees die op 18 juni 1958 schreef dat het huis van Christ en Lies Voets tegen augustus onder dak zou zijn. Dat deed hij uit Parijs. Op doorreis. "Parijs is mooi maar ik hou er nie van", schrijft hij. Op de 18e des avonds reist hij verder, "zonder (voorzetsel dat hij dubbel onderstreept) televisie (enkelvoudig onderstreept) en zonder Volkswagen (geen strepen)".
In zijn afscheidsgroet duikt opnieuw die televisie op: "Het allerbeste en groeten aan de televisie van de blokhut." Voor ingewijden.
Behalve onleesbaar, is hij cryptisch in deze mededeling: "We zagen een zwarte uit ? hier. Morgen is alles weer zwart, maar ik in 't wit." Met dank voor de aan hem betoonde gezelligheid.
Vijf jaar later, op 3 december 1963, is Kees opnieuw in Parijs en schrijft vandaar een bijna identieke kaart: er is opnieuw een Volkswagen, hij is opnieuw op doorreis, "de warmte tegemoet" (Parijs is koud), opnieuw was het fijn bij de "Beton" en: "Succes met 't ouwe ijzer" en hij tekent: "Kees. Heeroom. Afrika." Als ik me niet vergis hebben we te doen met een missiepater: scepsis jegens onnutte westerse nieuwigheden (televisie) en hovaardig urbanisme (Babelstoren), een voorliefde voor rurale genoegens, in het wit vanwege het lidmaatschap eener orde, die der Norbertijnen allicht, ik gok maar en uitgezonden naar de zwarten in dito Afrika.
Tijdens zijn oponthoud in de wereldstad in '63, verblijft hij in het "moederhuis". Zegt dat iets over zijn orde?
De Volkswagen is vermoedelijk van Henk, over wie later. In '58 heeft hij Kees er in Parijs mee afgezet en is er daarna avontuurlijkerwijs mee doorgereden naar verre, zij het, vermoed ik, Europese oorden. In '63 nadert de strenge winter van '63 en is hij gewoon weer teruggereden naar Casteren, of ergens daaromtrent.
Henk, de zoon van Christ en Lies, over wie later, studeert dan al. Hoe Kees familiaal aan hen is gelieerd, weet ik niet.
In zijn afscheidsgroet duikt opnieuw die televisie op: "Het allerbeste en groeten aan de televisie van de blokhut." Voor ingewijden.
Behalve onleesbaar, is hij cryptisch in deze mededeling: "We zagen een zwarte uit ? hier. Morgen is alles weer zwart, maar ik in 't wit." Met dank voor de aan hem betoonde gezelligheid.
Vijf jaar later, op 3 december 1963, is Kees opnieuw in Parijs en schrijft vandaar een bijna identieke kaart: er is opnieuw een Volkswagen, hij is opnieuw op doorreis, "de warmte tegemoet" (Parijs is koud), opnieuw was het fijn bij de "Beton" en: "Succes met 't ouwe ijzer" en hij tekent: "Kees. Heeroom. Afrika." Als ik me niet vergis hebben we te doen met een missiepater: scepsis jegens onnutte westerse nieuwigheden (televisie) en hovaardig urbanisme (Babelstoren), een voorliefde voor rurale genoegens, in het wit vanwege het lidmaatschap eener orde, die der Norbertijnen allicht, ik gok maar en uitgezonden naar de zwarten in dito Afrika.
Tijdens zijn oponthoud in de wereldstad in '63, verblijft hij in het "moederhuis". Zegt dat iets over zijn orde?
De Volkswagen is vermoedelijk van Henk, over wie later. In '58 heeft hij Kees er in Parijs mee afgezet en is er daarna avontuurlijkerwijs mee doorgereden naar verre, zij het, vermoed ik, Europese oorden. In '63 nadert de strenge winter van '63 en is hij gewoon weer teruggereden naar Casteren, of ergens daaromtrent.
Henk, de zoon van Christ en Lies, over wie later, studeert dan al. Hoe Kees familiaal aan hen is gelieerd, weet ik niet.
Groeten: De Voetsen
Het hart van mijn ansichtenfamilie Voetsen vormen Christ, Lies en Henk, man, vrouw en kind. Christ had een betonfabriek in Casteren. Ruim genomen is hij ergens tussen 1958 en 1960 gaan wonen aan de Schoolstraat 32 aldaar. Op 18 juni 1958 schrijft Kees, over wie later, en wel naar de Hoogeloonseweg: "Dan zal jullie huis al wel onder dak zijn???" Nieuwbouw.
De Schoolstraat in Casteren bestaat niet meer. De Hoogeloonseweg evenmin. De Tomtom zei het al en het klopte.
Schoolstraat, Hoogeloonseweg: dat moet opgehelderd.
De oudste kaart uit mijn Voetsen-hoopje dateert van 1955. Daar heet het nog, naar oud gemeentelijk gebruik: Casteren C 107 (Hoogeloon had de A, Hapert de B, Casteren de C). In het gemeentelijk straatnamenbesluit van 11 maart 1955, waarbij het straatnamen-ABC werd afgeschaft, staat dít over de nieuwe straatnaam Schoolstraat:
Zo waren de Hoogeloonseweg en de Schoolstraat dus een en dezelfde verkeersader.
Da's duidelijk.
Maar.
Volgens het raadsbesluit behelsde de nieuwe Schoolstraat, ofwel de vervallen Hoogeloonseweg, onder andere de "huidige huisnummers 105-108", ofwel, volgens de huidige, zij het bij onderhavig besluit afgeschafte ABC-notatie: C 105 tot en met C 108. Mijn Voetsen woonden in 1955 met hun nummer C 107 dus aan de straat die meteen daarna Schoolstraat zou gaan heten, of al zo heette -of de kaart voor of na de elfde maart is verstuurd is niet meer uit te maken - en waar het nieuwe huis van Christ rond 1960, nóg later, bijna onder dak was.
Duidelijk.
Maar.
Maar waarom noemt het raadsbesluit als "huidige bewoners" van C 105 tot en met C 108 dan alleen maar "Liebregs - v. Beek" en "Wed. Schippers - J. Huijbers"? Als het geen echtparen zijn (en zou de weduwe Schippers nog weduwe zijn als ze hertrouwd was?), zijn het er vier. Krek genoeg. Hebben B&W de Voetsen over het hoofd gezien? Met betonfabriek en al? Zit het dan toch allemaal helemaal anders? Of elders?
Ik moet dat nog eens opzoeken. Ergens.
Kerkeneind bestaat nog wel. Ik vermoed dat de oude Schoolstraat nu Dorpsstraat heet. Of het huis er nog staat?
Blij overigens dat ik dit niet hoef te lezen. Ik zou er geen bal van snappen.
De Schoolstraat in Casteren bestaat niet meer. De Hoogeloonseweg evenmin. De Tomtom zei het al en het klopte.
Schoolstraat, Hoogeloonseweg: dat moet opgehelderd.
De oudste kaart uit mijn Voetsen-hoopje dateert van 1955. Daar heet het nog, naar oud gemeentelijk gebruik: Casteren C 107 (Hoogeloon had de A, Hapert de B, Casteren de C). In het gemeentelijk straatnamenbesluit van 11 maart 1955, waarbij het straatnamen-ABC werd afgeschaft, staat dít over de nieuwe straatnaam Schoolstraat:
Schoolstraat.Men leze als volgt: in de volksmond ("spraakgebruik") heette het daar "Loonseweg". Volgens straatnaamgevingsbeginsel I (van VIII), vastgesteld en toegepast bij bovengenoemd besluit, had de gemeenteraad ervoor kunnen kiezen die benaming te formaliseren. Echter: er liep ook vanuit Hapert een weg naar Hoogeloon en in plaats van naar de Casterense, ging de eretitel naar de Hapertse. In Casteren werd voor de weg naar Hoogeloon uitgangspunt IV toegepast: noemen naar "een of ander markant gebouw", te weten: de school.
Volgens spraakgebruik, grotendeels behorende bij het "Kerkeneind" (zie 7). Daar echter een nieuwe naam gekozen moest worden werd advies IV gevolgd.
(Loonseweg kwam niet in aanmerking. Zie Hapert).
Zo waren de Hoogeloonseweg en de Schoolstraat dus een en dezelfde verkeersader.
Da's duidelijk.
Maar.
Volgens het raadsbesluit behelsde de nieuwe Schoolstraat, ofwel de vervallen Hoogeloonseweg, onder andere de "huidige huisnummers 105-108", ofwel, volgens de huidige, zij het bij onderhavig besluit afgeschafte ABC-notatie: C 105 tot en met C 108. Mijn Voetsen woonden in 1955 met hun nummer C 107 dus aan de straat die meteen daarna Schoolstraat zou gaan heten, of al zo heette -of de kaart voor of na de elfde maart is verstuurd is niet meer uit te maken - en waar het nieuwe huis van Christ rond 1960, nóg later, bijna onder dak was.
Duidelijk.
Maar.
Maar waarom noemt het raadsbesluit als "huidige bewoners" van C 105 tot en met C 108 dan alleen maar "Liebregs - v. Beek" en "Wed. Schippers - J. Huijbers"? Als het geen echtparen zijn (en zou de weduwe Schippers nog weduwe zijn als ze hertrouwd was?), zijn het er vier. Krek genoeg. Hebben B&W de Voetsen over het hoofd gezien? Met betonfabriek en al? Zit het dan toch allemaal helemaal anders? Of elders?
Ik moet dat nog eens opzoeken. Ergens.
Kerkeneind bestaat nog wel. Ik vermoed dat de oude Schoolstraat nu Dorpsstraat heet. Of het huis er nog staat?
Blij overigens dat ik dit niet hoef te lezen. Ik zou er geen bal van snappen.
Abonneren op:
Posts (Atom)




