zaterdag 30 november 2024
Culinaire jeugd
dinsdag 2 april 2024
Boerekollestamp
Schelt ne kilo èèrrepel en du se in oew pan. Vat twee pakke boerekol van 300 gram van d’n Albert Heijn en duut die d’r bovenop. D’èèrrepel mee de boerekollen en al twintig minuten loaten koken. Dan afgieten, ne klont boter d’r bè, un klèèn kumke melk, niet te veul en dan goed prakke mee ne stamper tot-ie krek goed is, niet te dröög en niet te slap. Ne lepel mosterd d’r bè en un klèèn bietje nootmuskaat (du mer n’n theelepel). Zout zeu'k ze zelf loaten doen. Nog ne gesneje vegetarische rookworst d’r schôn bovenop en kloar bende. It ze.
donderdag 25 januari 2024
West-Vlieland
Vandaag West-Vlieland van het kaartje gescheurd dat ik van de fietsverhuurder kreeg. Ook zonder kaart vind ik er mijn weg wel. West-Vlieland kan gaan dienen als bladwijzer. Ik heb drie boeken mee en raak in geen van de drie echt thuis. Zwoegen is het, werken. Niet wat je wil in je vakantie.
woensdag 24 januari 2024
Tafel (Vlieland)
Hier op Vlieland heb ik een eettafel. Thuis eet ik aan een schuiftafeltje. Voor een eettafel heb ik geen plek. Anders wist ik het wel. Wat een ruimte om dingen op te zetten!: appelstroop, smartphone, afstandsbediening van de TV, vette watten voor in de oren, pindakaas, halvarine, plat etensbord met eronder het Vlie-Trine-krantje bij gebrek aan placemats of een tafelkleed, een glas melk, een half brood, een etui met pennen, een koptelefoon (bedraad), de infomap van het huis, de oranje en de blauwe discus, papieren zakdoekjes, ansichtkaarten-met-envelop voor Ingrid en Faby, het huishouddoosje van de zaak (uitgepakt zijn dat een mini-potje afwasmiddel, een schuursponsje, drie vaatwastabletten, een microvezeldoekje, een vuilniszak, een doosje lucifers en een afwasborstel), vier kop- en schotels op een dienblad, mijn scheerapparaat, strips met Ibuprofen en Oxazepam, mijn zonnebril-in-cassette, een potje spierbalsem van het merk Toco-Tholin waar ik nog een toepassing voor moet vinden, een halve rol van thuis meegebracht WC-papier waarvoor dat niet geldt maar die ik waarschijnlijk niet nodig zal hebben want ze hebben het hier ook, een brochure met handige accommodatie-weetjes waarvan ik er eentje graag geweten had toen ik gistermiddag voor een gesloten voordeur stond. En nog plek over voor een opengeslagen schrijfblok! Als de metafoor niet mank ging aan waterigheid, zou ik zeggen een zee van ruimte. Beter een eiland.
maandag 4 december 2023
Alleen zo
Het eerste wat ik deed toen ik het boek uit had, was terugbladeren naar een scene helemaal in het begin, waar het gaat over zijn litteken. Je weet dan dat ze hem heeft verzonnen. Hij is niet Amand. Dat roept de vraag op hoe ze wist van zijn litteken. Waar zat het ook weer? Kon ze het zien?
Bij zijn slaap, bleek,
onder zijn haren. Dokter De Moor checkt het zelf en moet haren wegvegen om het
te kunnen zien. Julienne kan het dus niet hebben gezien. Lucky guess? Hmmm,
ongeloofwaardig zou ik zeggen. Een fout kan het evenmin zijn, niet in zo'n
ingenieus geconstrueerd boek.
De scene raakt aan het thema van het boek,
denk ik: alleen zo kan het. Het verhaal gaat verder: al voor de blootlegging weet hij dat ze het bij het
rechte eind heeft. Vervolgens heeft hij het triomfantelijke gevoel dat ze samen
de dokter hebben beetgenomen, zoals ze aan het slot het leven beetnemen en je
zeker weet dat ze nog lang en gelukkig zullen leven. Alleen zo kunnen ze het,
dus zo gebeurt het.
Tuurlijk, dokter De Moor is het
leven niet maar van mij mogen ze.
Verder weet ik het ook niet. Ik heb de twee boeken in omgekeerde volgorde gelezen. Het eerste is misschien nog net iets magistraler maar wat een magistraal boek opnieuw!
woensdag 11 oktober 2023
Engel
maandag 25 september 2023
Bokkerijdsters
"Niet alleen trof men onder de Bokkerijders christenen en joden aan", schrijft de Belgische onderwijzer Juliaan Melchior (1848-1920) in 1915, "meesters en knechten, boeren en ambachtslieden, neringdoeners en winkeliers, ja gemeentedienaars, schepenen en burgemeesters zelfs, maar helaas! ook vrouwen, als men dien naam nog geven mag aan Eva's dochters, echte driedekkers en totebellen, al waren ze soms ook jong en schoon, die geen greintje zedelijkheid, noch eerlijkheid of geslachtsschaamte bezaten en tot speelbal dienden van hun mannelijke makkers, wier nachtelijke bijeenkomsten en booze raadslagen, tot verdeeling der verkoopsopbrengst van 't gestolen goed of tot belegging van nieuwe strooptochten, altijd oversloegen tot de grofste en best niet beschrevene uitspattingen."*
Mij intrigeerde het woord 'driedekker'. Ik kende het niet anders dan in de betekenis van vliegtuig uit de pioniersjaren. Als aanduiding van een bepaald type vrouw kende ik het niet. De nabije totebellen en de evidente verdorvenheid, deden me denken aan lichtekooien, vrouwen van lichte zeden. Van Dale echter geeft als betekenis: "grote, forse en ongemakkelijke vrouw; mannetjesputter." Niet het type waar je als Bokkerijder mee uit de voeten kan tijdens je nachtelijke uitspattingen, lijkt me.
Maar dan die gemeentedienaars! Kennelijk niet altijd zo correct geweest...
* Juliaan Melchior: De Bokkerijders. Feiten en verhalen. Reprint, 1981, p. 29-30.
dinsdag 12 september 2023
Heks
donderdag 31 augustus 2023
Verloren fles
Mijn gastvrouw had het er al dagen over: ik moest en zou een keer naar de Bettlachstock, een natuurgebied in de Jura. In 2021 is het door de Unesco opgenomen op de Werelderfgoedlijst. Er zaten daar gemsen, wist ze te vertellen. Moest ik zien. Verrekijker niet vergeten.
Dus reed ik naar het drie kilometer verderop gelegen dorpje Bettlach, parkeerde mijn auto zo hoog mogelijk en ging op weg. Over een steil omhooglopend zandpad voerde mijn weg me langs een langgerekt maïsveld en daarna het bos in. Het weer was aan het omslaan. Na een aantal tropische dagen was er regen voorspeld. En onweer.
En het onweer kwam, eerst in de vorm van wat gerommel in de
verte, waar ik geen acht op sloeg, daarna met donder en bliksem, waar ik het
helemaal niet op heb. Het hing recht boven de Unesco-berg. Van onweer in de
bergen herinnerde ik me dat het ‘blijft hangen’, dus ik wist niet hoe snel ik me uit
de voeten moest maken. Ik keerde om en rende terug naar mijn auto, de blik
strak op het pad gericht, terwijl voor mijn geestesoog alle verhalen over
bliksem en dood oplichtten die ik ooit had gehoord, in geelgloeiende,
zwartomrande knetterletters. Ook Benjamin Franklin was daar ineens en tante Jaan,
die bij onweer in de kelder ging zitten. Hoe zat het ook weer met bliksem, vroeg
ik me af. Waarom had ik me nooit eens echt daarin verdiept? Niet onder bomen
(passeerde ik verschillende), niet in het open veld (precies waar ik liep), niet
bij water, niet bij maïsvelden (niet bij maïsvelden?), niet de auto uitgaan. Donatus!, schoot me te binnen. Donatus de donderromein van Hapert, waar hadden ze hem gelaten na de bouw van de
MFA? Waren ze hem vergeten en stond-ie nog ergens in een boerenschuur? Was-ie bij de les? Deed-ie
alleen Hapert of had-ie hier ook iets te zeggen? Was ik maar geen atheïst
geworden, daar liep ik nu. Doodsangsten stond ik uit, de fatale klap kon elk moment
komen, zonder teken of waarschuwing (legenden over de Dood die zijn komst
placht aan te kondigen, had ik iets gemist?), zonder dat ik iets kon doen (mens
kansloos tegenover natuur) behalve nog wat harder rennen.
Ik haalde de auto levend. De fatale klap bleef uit.
Opgelucht verwisselde ik mijn wandelschoenen voor mijn sandalen op een bankje niet
ver van de auto. Het was gaan regenen, ik had het niet gemerkt. Een laatste keer keek ik op naar de Unesco-berg en de grauwe, onophoudelijk oplichtende lucht
erboven en nam me voor om het op een later moment nog eens te proberen. Ik kreeg weer spatjes.
Het ging om werelderfgoed daarboven, mooier werd het niet en mijn gastvrouw zou
het me niet vergeven als ik niet op zoek zou gaan naar de gemsen, weer of geen
weer.
Thuis miste ik mijn drinkfles. Hij zat niet in mijn rugzak,
lag niet op mijn kamer en ook niet achterin mijn auto. Ik herinnerde me dat ik
hem uit het zijvak van mijn rugzak had gehaald om hem tijdens mijn wedloop
tegen de dood niet te verliezen. Als een eenzame estafetteloper had ik hem de hele
tijd in mijn handen gehad en nu was ik hem toch nog kwijtgeraakt. Hij moest nog
op het bankje staan waar ik van schoeisel had gewisseld en allicht ook wat had
gedronken na alle doorstane emoties. Balen! Het was een degelijke fles van Zwitserse
makelij die al heel wat bergen mee op was gegaan.
Twee dagen later ging ik opnieuw op weg naar de Unesco-berg.
Van huis uit deze keer, niet met de auto. Van huis uit ben ik geen autorijder. Ik
begin en eindig liever thuis, tot verbijstering van mijn gastvrouw (‘da gehst
du aber weit’). Na een uur bereikte ik het maïsveld waarlangs ik naar beneden
was komen hollen. Ik was het niet van plan geweest en moest er zo’n honderd hoogtemeters
voor prijsgeven maar ineens dacht ik, waarom niet toch nog even gekeken bij het
bankje. Misschien stond hij er nog wel. Misschien hadden ze hem al die tijd wel
laten staan, opdat de rechtmatige eigenaar hem kon komen ophalen. Hadden
Zwitsers die naam niet? Waren ze niet allemaal behept met het
mijn-en-dijn-instinct van de bankier?
Ik bleek me rijk te hebben gerekend. Mijn fles hadden ze
mee. Zal de jeugd wel geweest zijn, dacht ik. Die ontbreekt het wereldwijd aan
moreel besef, dat is algemeen bekend en zal hier wel niet anders zijn. En het
was er immers een van eigen bodem. Is sowieso van mij, zal iemand gedacht hebben.
Enfin, het zij zo, zette ik het verlies van me af. Het leven
ging verder. In een lokaal ‘Brockenhaus’ had ik inmiddels een vervanger gevonden,
eveneens van een goed merk en zo goed als nieuw. Zo goed als vol nu ook, dus vooruit,
ten tweede male op naar het erfgoed en de gemsen.
Ik zag hem van veraf al liggen.
Dat wil zeggen, ik zag van veraf íets liggen. Iets roods.
Een Colablikje, dacht ik eerst. Dat het mijn ouwe trouwe drinkfles was, zag ik
pas toen ik er op het steile pad zowat met mijn neus bovenop hing. Hij lag half
verscholen in het bermgras, net voor één van de her en der verspreide staande
bomen, de favorieten van de bliksem. Een wonder, was mijn eerste gedachte. Of
eigenlijk: een wonderlijk toeval, het atheïstische surrogaat. Dat hij daar nog
lag. En dat ík hem weer vond. Om me meteen daarna te realiseren dat hij zonder
dat ik het gemerkt had uit mijn hand moest zijn gevallen. Wat me nogal bizar
voorkwam. Dat ik dat niet gemerkt had! Ik zal hem toch niet bewust…. om beter
te kunnen rennen…. vroeg ik me af. Was ik zo bang geweest? Dat ik tot zo’n
verraad… Maar nee, dat zou ik me beslist hebben herinnerd. Mijn geweten is rooms
gebleven, het zou niet opgehouden hebben me eraan te herinneren. Kennelijk had ik hem zo geknepen
dat ik mijn trouwe waterdrager paradoxaal genoeg uit mijn hand had laten vallen
en nu had ik hem alsnog teruggevonden. Wat een wondermooi toeval!
Natuurlijk was er twee dagenlang geen mens voorbijgekomen, dat
snapte ik ook wel, deze weg naar het Unesco-erfgoed nam niemand, wandelaars
namen een kortere weg las ik later op hun blogs. De moderne mens neemt de gondel naar de nabije Weissenstein en
wandelt of fietst er van daaruit naar toe. Jurasonseite heet het op de site van
de Bettlachstock, wat zou je urenlang door bossen tegen een berg op gaan lopen.
En toch was het alsof hij op me had liggen wachten.
zaterdag 10 juni 2023
Aynur
maandag 1 mei 2023
Roomse restjes
Tot-ie me een keer – in alle ernst nu – vertelde dat hij elke avond bidt voor het slapen gaan. Hij zei het letterlijk zo, bidden voor het slapen gaan, als in de roomse kinderboeken. Ik denk, hé? Bidden? Jij?
Ja dus. Deed-ie als kind al en was-ie zijn hele leven blijven doen. Elke avond hetzelfde gebed: dat het goed mocht blijven gaan met zijn kinderen, met zijn vrouw, met hemzelf en in het algemeen. Gevolgd door een Weesgegroetje en een Onzevader.
“Had je niet gedacht hé? Ongelovige!”
Nee, had ik niet gedacht, bepaald niet. Hij is Godbetert schatrijk. Dat alleen al.
Dat dan ook weer niet. Met het geloof, dat van de pastoor, had het allemaal niks te maken, ook al was hij ermee grootgebracht en had hij er ooit carrière mee willen maken.
“Ik steek geen kaarsjes op.”
“Oh jawel. Ons vrouw zag je laatst nog in de Ganzestraat.”
“Dat was eenmalig.”
“Jaja.”
Hij kon zich gewoon niet voorstellen dat iemand een mensenleven lang van alles wil en doet (zich voortplanten bijvoorbeeld, al was dat dan weer meer een ambitie van zijn vrouw geweest), alleen maar om te eindigen als voer voor de pieren. Het kon niet anders of het leven had een reden, een reden, een doel en een vervolg. Zijn gebeden gingen weliswaar op de bonnefooi de lucht in maar ze werden wel opgepikt, door iets of iemand, ergens.
Roomse restjes, dacht ik, diep in het innerlijke landschap ingedaalde sedimenten die daar een leven lang in de weg blijven liggen. De Engelse schrijver Evelyn Waugh spreekt van “de lange arm van het geloof”. Hij schreef er een prachtige roman over, U kent hem misschien, er is ook een televisieserie van gemaakt, begin jaren ’80, met de fine fleur van de Engelse theater- en filmwereld: Brideshead revisited. Over die lange arm van het geloof van je jeugd die aan je blijft trekken, hoe ver je je ook verwijdert.
Ik moet het boek weer eens gaan lezen. Of de serie weer eens gaan bekijken. Want er is meer. Bij Evelyn Waugh is het geloof niet alleen hardnekkig hinderlijk, het is ook hardnekkig hoopgevend. Iets met een eeuwig brandend lichtje, als ik me goed herinner, in een verlaten kapel.
maandag 5 december 2022
maandag 23 augustus 2021
Zo beginnen
De dag van vandaag heb ik kwijtgemaakt met het toevoegen van zinloze gegevens aan een inventaris. Vragen waarom is al even zinloos. Het antwoord zal luiden "omdat het moet" (heb ik wel gedaan overigens en het moest). Wel vroeg ik mij af waaróm we niet (willen) differentiëren. Omdat het eind dan zoek is, is dáárop het te verwachten antwoord. Dat zal wel. Maar volgens mij speelt hier nog iets anders. Differentiatie knaagt aan wortels, erodeert status. Wat stelt een ambacht nog voor als we zo beginnen? Straks kan iedereen het.
donderdag 10 juni 2021
Kruisbeeld
maandag 7 juni 2021
Maar u juni 8.30 kroon
Ik zag die twee telefoontjes wel van de tandarts maar ik dacht die gaan over de afspraak van morgen. Ik bel hem zometeen wel even. Een paar uur later pas, begon het me te dagen dat die afspraak wel eens vandaag had kunnen zijn. En inderdaad, in één van mijn digitale notities las ik "maar u juni 8.30 kroon". Niet automatisch aangevuld luidt dat: maandag 7 juni.
En onmiddellijk al die meewarig hun hoofd schuddende lieden in het mijne. Menneke menneke toch.
Waar komen die altijd toch zo snel vandaan? Zou mijn telefoon gehackt zijn?
maandag 3 mei 2021
Immaterieel erfgoed
Mijn wasmachine heeft het begeven. Begon te steigeren bij het centrifugeren. Ik denk, dit is niet goed, noch komt het dat nog. Een nieuwe moest er komen.
Negentien jaar heb ik hem bij me gehad. Hij is van net na mijn scheiding. Mijn ex wilde onze Miele. Uit medelijden is ze die van mij nog mee wezen uitzoeken, bij de Harense Smid toen nog. Hij was van een obscuur merk, ik denk, ze draait me een loer maar hij heeft het negentien jaar lang prima gedaan. Een eerbiedwaardige loopbaan. Al moet ik daar wel bijzeggen dat hij nooit fulltime heeft hoeven werken.
Net als hij moet de nieuwe een hok in waarin je niet dood gevonden wil worden. De droger en de magnetron krijgt hij bovenop zich. Verder hangen er rond: de wasmand, de sporttas, een doorgaans wat ineengezegen PMD-zak, boodschappentassen, de stofzuiger, de strijkplank (met de stofzuigerslang als een boa-constrictor om zich heen gedraaid), een nogal waardevolle collectie prentbriefkaarten en de CV-ketel met expansievat. Ik maak daar zelden schoon. Ik woon daar niet, mijn spullen wonen daar.
Nu de nieuwe erin moet, moeten er vreemden in en dan blijkt dat ik genoeg van mijn moeders xenofobie in me heb om het opgeruimd te willen hebben. Wat je noemt immaterieel erfgoed.
zaterdag 1 mei 2021
Sinterklaas is er een
donderdag 29 april 2021
Ik denk
Op pagina 389 van Ilja Leonard Pfeijffers '1000 en enige gedichten', dit gedicht van Bert Schierbeek:
als het regent
laat ze niet nat worden
en als het stormt
vat ze geen kou
en ik denk ook
dat dat denken
niet helpt
nat noch vat je een kou
want het regent
noch waait ooit
meer voor jou
dinsdag 5 januari 2021
Corona (hervatting)
Aan mijne volgersschaar: tussen kerst en vijf minuten geleden had ik het. Nu ben ik het zat. Voor communicatie over het Virus, verwijs ik u vanaf nu naar mijn antistoffen.








