Posts tonen met het label Postel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Postel. Alle posts tonen

donderdag 2 februari 2017

Man misleid

Mensen luister. Pak Google erbij en reken mee.
De afstand van de Kruidenbuurt in Eindhoven naar de abdij van Postel bedraagt 30,5 kilometer. Een dik uur fietsen.
De afstand van de Kruidenbuurt naar de Willem van Oranjelaan in Bladel bedraagt 27 kilometer.
Dus wat denk je dan als argeloze burger? Toch al uitgeknepen door het grootkapitaal?
Dan denk je dit: van Bladel naar Postel is alleen het dunne deel van het dikke uur fietsen.
Nou mooi niet!
Ik heb vanmiddag tien minuten tegen de abdijmuur gezeten om bij te komen voor ik er maar aan kon denken te gaan wandelen, wat het plan was.

VIND U OOK DAT DE REGERING HIER IETS AAN MOET DOEN? STEM DAN OP DE SP!

zaterdag 27 juni 2015

Poe in Postel

Uit de Meierijsche Courant:

Eindhoven, den 29 Maart 1890.
- grafkelder te Postel. Ter gelegenheid eener herstelling, in de laatste dagen, aan den vloer des presbyteriums in de abdij- en parochiekerk van Postel, grenzende aan Bergeijk, werd ook de gradfkelder nagezien. Geen minste reuk steeg uit den kelder op, doch dit zal niemand verwonderen als men weet, dat hij voor 50 jaren nog geopend werd en dat toen eene zoo geweldige ontploffing ontstond, dat de bevreemde werklieden hem onmiddellijk weer toemetselden. Een ooggetuige der laatste openinig dezes grafkelders geeft dit verslag.
Er lagen drie lijken op ijzeren staven, een halven meter boven den stenen vloer. De zijplanken der kisten, deels eik, deels mast, hadden weinig geleden, slechts de benedenplank was grootendeels vergaan; de kisten waren zonder deksel.
Het middelste lijk lag met al de beenderen aan elkander, het hoofdhaar en de tanden waren ongeschonden, doch het vleesch meestal tot assche verteerd. Bij de minste wrijving vielen de beenderen in stof. De witlaken toga en het kapje of de camail hadden bijna niets geleden; aan dit laatste erkende men den prelaat, waarschijnlijk Joannes Peters, Antwerpenaar, den 25 December 1787 overleden.
Het tweede lijk aan den Evangeliekant moet, volgens kist en kleeren, zeer zwaar geweest zijn; de beenderen waren gedeeltelijk vergaan, maar de halfversleten kleeren verrieden nog den prelaat. De prelaat H.I. Calis, 12 November 1708 te Luiksgestel geboren en 25 Januari 1757 overleden, was zeer lijvig, naar zijn levensgroot in olieverf geschilderd portret, dat in de abdij bewaard wordt.
De toga en de andere kleren van het derde lijk waren te versleten om er den prelaat aan te kunnen onderscheiden, alhoewel men geenszins aan de overblijfselen des prelaats Adrianus van Breugel twijfelt, die 16 Januari 1704 te Duizel het levenslicht aanschouwde en 24 April 1760 ten grave daalde. Het geraamte van het bovenste deel dezes lichaams was nog ongeschonden.
Men stond hier dan voor de lijken der drie laatste prelaten. Wij zeggen de drie laatste prelaten, omdat de abdij sedert 1797 door de Franschen opgeheven en tot omstreeks 1847 door burgers bewoond, het stoffelijk overschot van den prelaat Johannes Staessens niet bevat; deze overleed in zijne geboorteplaats Dommelen in 1818 en werd daar ook begraven. De overblijfselen der lijken zijn verzameld en afgezonderd daar geplaatst waar elk lijk was bijgezet in den kelder, die nog zo rein en frisch was alsof men hem onlangs gemetseld had. Een flesch in den kelder bewaart het latijnsch verslag op perkament geschreven.

donderdag 17 april 2014

Sint Jan


Op 28 Mei 1880 verzocht ons de Griffier der Staten namens deze, om hem, ‘na een nauwkeurig onderzoek der kadastrale plans van Hoogeloon c.a.’ wel te willen meedelen ‘of uwe gemeente al of niet grenst aan Eersel c.a.’ Waarop twee dagen later en na geene raadpleging van welk plan dan ook, burgemeester van Eyk antwoordde:

Onder wederinzending der in mijne handen gestelde stukken bij missive Uwer Ed Groot Achtb dd 28 Mei (..) heb ik de eer UEd GA mede te deelen dat deze gemeente bepaald grenst aan de gemeente Eersel.

Men heeft het idee dat burgemeester zich heeft moeten bedwingen om de griffier op zijn beurt niet te vragen: staat er ten uwent een godshuis genaamd Sint Jan?*





* Het verzoek van GS zou overigens wel eens te maken kunnen hebben met de ‘keiweg’ van Postel naar Eersel, over de aanleg waarvan rond die tijd hier en daar gebrainstormd werd.

woensdag 25 december 2013

Onvermoeilijk

Geschiedkundige Bijdragen over de voogdij van Molle, door TH.-Ign. WELVAARTS, prior-archivaris der Abdij van Postel-Molle. Turnhout, J. Splichal, 1891, 8o, met 4 platen.
De eerw. heer Welvaarts is een onvermoeilijke werker: het eene geschiedkundig schrift volgt het andere op, door hem geleverd, alle van belang voor de kerkelijke en burgerlijke geschiedenis van het Kempenland. Thans hebben wij een boek van ruim 120 bl. over de voogdij van Mol, of Molle, door velen nog, zonder redens Moll geschreven. Ook hier vindt men eenen schat van aanteekeningen en opmerkingen aangaande oude wetten, oude gebruiken, oude instellingen en wat dies meer. Zal men gelooven dat het dorp Mol in de eerste jaren der XVIIe eeuw eene bloeiende rederijkerskamer bezat, die nagenoeg twee honderd jaren stand hield? - Niet alleen voor de genoemde gemeente, maar ook voor Postel, Millegem en eenige bijgelegen gehuchten en parochiën biedt het werk van den eerw, heer Welvaarts belang aan.
Nog verdienstelijker is, van denzelfden  schrijver, de Geschiedenis van Bladel en Netersel, naar de archieven van Postel's abdij, insgelijks door platen opgeluisterd en in 1890 bij Beersmans, te Turnhout, verschenen. Men heeft hier de opkomst en ontwikkeling eener Noord-Brabantsche gemeente, dagteekenende van de Xe eeuw, begiftigd met vrije instellingen tot bevordering van handel en nijverheid, met een schuttersgilde, en eene schepenenbank voor het oefenen van wet en justitie. Al het merkwaardige, dat over het verledene van Bladel in zijnen huidigen toestand gezegd kan worden, is hier methodisch vereenigd en klaar, in eene goede taal, uiteengezet.
De tekst is opgehelderd door vier handmerken, een zegel, zeven fac-similes en twee kaarten, al met groote zorg op steen gegraveerd.
In het kort [...] deze twee uitgaven strekken tot eere aan den geleerden en wakkeren schrijver, van wien men nog tal andere historische bijdragen over het Kempenland te gemoet mag zien. D.*

Die hoop bleek ijdel: Welvaarts overleed nog geen jaar later:


Theodoor Ignatius Welvaarts.
DE aloude en beroemde abdij van Premonstreit te Postel heeft een groot verlies ondergaan door het afsterven van haren hierbovengenoemden Prior. 
De E.H. Welvaarts was den 20 Juni 1840 geboren te Schijndel, waar hij het lager onderwijs genoot. Op twaalfjarigen ouderdom ging hij over tot het seminarie van St. Michiels-Gistel, en zeven jaren later, nl. in '59, voltooide hij zijne humaniora in het gymnasium te Gemert, verbleef eenigen tijd bij de Jezuïeten te Ravenstein en trad in het klooster van Premonstreit te Postel-Molle, waar hij in '65 de kleine en in '68 de groote geloften aflegde. In '70 te Mechelen priester gewijd, werd hij in '73 bibliothecaris zijner abdij. Later voegde hij er het ambt van archivaris bij. Tweemaal werd hem de belangrijke bediening van novicenmeester toevertrouwd. In '86 volgde hij den Eerw. Heer Pironet op als Prior der abdij. Sedert '86 was hij ook leeraar van de H. Schrift, en sedert '89 gaf hij nog tevens den leergang van wijsbegeerte, waarmede hij reeds vroeger eene eerste maal was belast geweest. 
De E.H. Welvaarts was een onvermoeibare werker, een ieverige opzoeker en een talentvolle schrijver. Het ware schier onmogelijk al zijne werken hier aan te duiden. 
Als dichter heeft hij eenige proeven geleverd die niet zonder verdienste zijn. Doch zijne grootste waarde ligt in zijne oudheidkundige schriften en geschiedeniswerken. Zoo schreet hij in '80 de Geschiedenis der adbdij van Postel, naar hare archieven, met platen. - Later, de Geschiedenis van Correndonck, die van den Prelaat I. Van den Broeck. van Molle, Bladel, Netersel; Postel's Biographisch Woordenboek, enz. enz. 
Hij was een der ieverigste medewerkers van het Belfort, dat in hem een zijner beste medeopstellers verliest, schreef in de Dietsche Warande, De Katholiek, Rond den Heerd, 't Jaarboek van 't Davidsfonds, het Kempisch Museum, en talrijke andere bladen en tijdschriften.**

* Uit: Het Belfort, jrg. 7 (1892), dl. 1, p. 360-361
** Uit: Het Belfort, jrg. 8 (1893), dl. 1, p. 87-88. Het Belfort was wat laat met zijn In Memoriam. Welvaarts overleed al in december 1892 (Tilb. Crt., 22 dec.):

De vrienden van geschiedenis en oudheden zullen met leedwezen vernemen dat de weleerw. heer Th. Ign. Welvaarts, prior en bibliothecaris der abdij van Postel, aldaar aan eenen onvoorzienen dood is overleden. De prior en bibliothecaris van Postel's abdij was een der ijverigste medewerkers van het Kempisch Museum en was om zijne talrijke schriften over de Kempen algemeen bekend. De weleerw. heer Welvaarts was slechts 53 jaar oud, was 23 jaar priester en had 28 jaar kloosterleven. Veel deed hij om zijn geliefde abdij op geschiedkundig gebied in haren vroegeren luister te herstellen en welsprekend deed hij uitschijnen hoe onze kloosters in de middeneeuwen, hoe het voormalige Godshuis van Postel, de toevluchtsoorden waren van ongelukkigen, verlatenen en behoeftigen.

maandag 2 september 2013

Konijnen brengen


4 Avenue Palmerston.
7 Mei 1910
Waarde Heer Pastoor en Vriend!
Ik bedank U.E. voor den Brief van 4 Mei. Het zal mij hoogst aangenaam zijn indien U.E. zich met de zaak van de Eerselsche gronden wilde belasten. Ik kan met het moeras zonder de heide niets doen. Gij kunt het gemeente en Provincie bestuur verzekeren, dat ik er geene Konijnen zal brengen of gedoogen en dat U.E. de toelating hebt ze daar te vernielen. Wat het aanleggen mijner bosschen aangaat is er geen beter antwoord dan deze, dat mijne bosschen dennen door de Hollandsche heide Maatschappij geplant en geploegd zijn.
Ik groet U.E. met de grootste hoogachting en vriendschap
(Get.) Bn. van Eetvelde

Het gaat hier om Stanislas Marie Leon Edmond baron van Eetvelde (1852-1925), geboren in Postel. Bezat kennelijk grond binnen de gemeente Eersel. Brief is gericht aan de (een) pastoor. Heb hem nochtans uit het gemeente-archief*. Misschien wel overgeschreven door de pastoor en bezorgd bij de gemeente. Eetvelde was onder andere secrétaire d'État du Congo. Da's minder allicht, vandaag de dag.
De Avenue Palmerston ligt in Brussel. Nummer 4 is het tegenwoordige Hotel van Eetvelde. De baron liet het bouwen aan het eind van de negentiende eeuw door de bekende Victor Horta. Het is nu werelderfgoed.



* al ben ik toegang en inventarisnummer weer eens vergeten te noteren





zaterdag 27 juli 2013

Eminenties

Een tijdje geleden kocht ik in het winkeltje ter plekke - da's toch altijd weer leuk! Ik moet het er nog inschrijven: 'gekocht in het abdijwinkeltje, niet het kaas- en broodwinkeltje maar het andere'; kocht ik dus het boek Postele op ter Heyden*, van Edmond van den Bergh, het 'pastoorke van Postel'**. Ik moet er nog aan beginnen. Waarschijnlijk zal het er wel nooit van komen. 
Het gaat niet over de abdij:
Ons is het er vooral over te doen verklaringen over het dorp zelf te geven, in verband met wat wij er te zien en te horen kregen, of die we hier en daar vermeld of romantisch aangedikt vonden.
Het gaat zelfs niet alleen over het dorp. Ook het gebied (heide) eromheen komt aan bod, tot bij ons aan toe. Ik moest het toch maar es lezen.
Het pastoorke heeft veel achter zijn schrijftafel gezeten. Niet alleen schreef hij streekhistorische boeken, hij schreef ook gedichten, toneelstukken, opwekkingsliteratuur ('opwekking tot Godsvrucht'), vanzelfsprekend ook preken, hij 'bewerkte' buitenlandse boeken en hij schreef over zijn tour of duty als missiepater in Kongo. Plus een werkje dat heette: Eucharistisch Leven, God met ons, God voor ons, God in ons; Ascetische, Theologische, Historische en Liturgische Verhandelingen over het Eucharistisch Offer en Sacrament. De pers omschreef het als een 'miniatuur-Summa, een soort encyclopedie van alles wat betrekking heeft op de H. Eucharistie.'
Ten gebruike van 'priester en leek'. Het verscheen voor het eerst in 1924 en een jaar later stond er al een tweede druk op stapel***. Slechts een steenworp van de Nederlandse grens woonachtig en werkzaam, is het begrijpelijk dat het pastoorke zijn 'procurator' Noots**** verzocht om van hogerhand een aanbeveling af te smeken*****:
In Holland is nog weinig voor het werk gedaan. Nu zou ik gaarne daar meer propaganda maken voor de tweede editie (..), en een enkel woordje, een paar zinnen slechts van Zijn Eminentie hebben, in den aard van het briefje van Mgr. Heylen, dat er van voor in staat en Z. Hgw. op mijn voorstel seffens onderteekende.
Zowel zijn procurator als de hogere eminentie waren hem terwille en het pastoorke gevoelde zich 'verpletterd onder den plicht van dankbaarheid':
Gewaardig, Eminentie, mij te verontschuldigen Zijne Eminentie te hebben durven lastig vallen, en de verzekering te aanvaarden der erkentelijkste gevoelens van Zijner Eminentie den allerootmoedigsten dienaar

Wat ik niet zo goed begrijp aan mijn in loco verkregen editie van Postele op ter Heyden, om daarmee te besluiten, is de aftekening aan het eind van de inleiding:


Edmond van den Bergh overleed op 23 mei 1962 en is mijn Romeins nou zo slecht of staat daar 1983?




* Facsimile herdruk, de derde uit 1983; 
** pastoorke. Gisteren wilde ik een link traceren vanaf de website van Herman Franke en werd erop gewezen dat ik een 'dode link' wilde opvolgen. Ik heb het niet zo op die linken. Linken hebben het eeuwige leven niet. Vandaar maar even dit: Nationaal Biografisch Woordenboek, deel III, 75-78
*** door het 'Eucharistisch Bureau van Tongerloo'
**** Albertus Hubertus Noots (1884-1967). Was procurator van de orde der Norbertijnen in Rome, zaakgelastigde o.i.d. naar ik aanneem
***** brieven van den Bergh aan procurator Noots, archief kardinaal van Rossum, KDC Nijmegen