dinsdag 20 maart 2012

Willemijntje (2)

Op het internet las ik ergens: "De auteur wijst erop dat de huishoudschool (..) vaak fungeerde als een parkeerplaats voor meisjes, die eigenlijk wilden of moesten gaan werken, maar vanwege de leerplicht nog twee jaar naar school moesten."*
Dat zal ook wel voor Willemijntje van Heijst gegolden hebben. De leerplichtige leeftijd was net verhoogd van twaalf naar veertien, dus ze moest ineens nog twee jaar door. De NCB en zijn splinternieuwe huishoudschool boden een mogelijkheid om die twee jaar zinvol in te vullen. De katholieke signatuur vormde voor vader van Heijst kennelijk geen beletsel om zijn docher ernaar toe te sturen. In hetzelfde stuk leest men: "Het is de vraag in hoeverre het katholieke huishoudonderwijs veel verschilde van het niet katholieke. Het was klassenspecifiek en seksespecifiek in de zin dat het in concreto ging om onderwijs aan arbeidersmeisjes, waarbij hun toekomstige rol als huisvrouw en moeder centraal stond. Deze invulling beantwoordde aan het toenmalige dominante vrouwbeeld, al werd in katholieke kring misschien nog net iets meer de nadruk gelegd op de strategische positie van de moeder voor de overdracht en de continuering van het geloof." Voor de Boerenbond-school in Eersel kan zeer wel gegolden hebben dat hij niet zozeer bevolkt werd door arbeidersmeisjes als wel door boerendochters en dat de lesstof meer dan elders een agrarisch karakter had, ten koste misschien ook wel van de geloofsoverdracht. En Willemijntje deelde dan wel niet het geloof met de andere meisjes, ze was wel net als zij van plaatselijke boerenafkomst en dat woog misschien wel heel wat zwaarder. In d'n umgang.


Van een integratie van lager en huishoudonderwijs, die ik in het vorige bericht in het leven redeneerde, was geen sprake. Het lager onderwijs eindigde op je twaalfde. Daarna rolde je het zogenaamde vervolgonderwijs in. Willemijntje was van 22 januari 1937, al dik twaalf jaar dus en het lager onderwijs voorbij. Ik begrijp dan ook niet waarom zij behalve het huishoudonderwijs ook nog "gewoon lager onderwijs" zou gaan volgen, zoals te lezen staat in de raadsnotulen. Was ze blijven zitten?

* de auteur is mevrouw Gerda Godrie-van Gils, het boek waarin zij de huishoudscholen kenmerkt als parkeerplaatsen voor leerplichtige meisjes, overigens niet met zoveel woorden, is getiteld Vrouwelijke vorming tussen Martha en Maria. Katholiek huishoudonderwijs in Noord-Brabant, 1919 -1968, het citaat is afkomstig uit een webrecensie van het boek, van de heer Jozef Vos van de universiteit van Utrecht. Mevrouw Godrie is bezig aan een schoolcarriére zoals die aan ons leerlingen van de vijfde of zesde klas van de jongensschool in 1973 of 1974 werd voorgespiegeld door een leraar van de LTS in Bladel, die ons op het hart drukte dat wij, als wij kozen voor zijn ambachtsschool onze kansen op een hoger beroep of wetenschappelijk aanzien beslist niet om zeep hielpen: mevrouw Godrie bezocht na de huishoudschool de avondmavo, de Open Universiteit, waar ze een doctoraal in de wacht sleepte én promoveerde en verdiepte zich daarna nog in zulke zaken als spirituele levenskunst, het immuunsysteem en Brein en beweging, een cursus in de vorm van tien Powerpoint-presentaties, waarin de rol van het brein in al ons bewegen uit de doeken wordt gedaan. Ik was twaalf en ik weet nog dat ik dacht: flikker toch op man, overigens niet met zoveel woorden.






Geen opmerkingen:

Een reactie posten