Posts tonen met het label Brabant. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brabant. Alle posts tonen

zaterdag 15 april 2017

Dialect (1)

Soms helpt het om op te ruimen. Al vaak heb ik het betreurd ("Ik had toch een boek over dat onderwerp? Jeetje, heb ik dat ook al weggedaan? Wat heeft me toch bezield?") maar af en toe stoot ik hier in Bladel op een boek dat ik in Eindhoven nooit heb opgemerkt en nooit zou hebben opgemerkt als ik het bos eromheen niet had gekapt. Boeken die uiteindelijk aan mijn erfgenamen zouden zijn toegevallen en via hen aan de Jacobushoeve en de vergetelheid.
Zo ging het met dit boek: Onderzoek naar de dialectgrenzen in Noord-Brabant, een "academisch proefschrift" uit 1937. 


De promovendus heeft het uitgegeven in eigen beheer. Voor marokijnleren banden zal het geld wel ontbroken hebben dus het is een onooglijke paperback in poepkleur geworden. Mijn exemplaar is nog scheefgelezen ook, heeft leesvouwen in de rug en scheurtjes in de kaft.
Het mag dan niet opvallen en een tikkeltje beduimeld zijn, het is een prachtboek met een schat aan informatie. Tot de mooiste vondsten op rommel- en boekenmarkten behoren ongetwijfeld oude proefschriften. Altijd kopen mensen! en nooit weggooien, in wat voor miserabele staat ze ook verkeren en wat voor onwereldse en schijnbaar verzonken indruk ze ook maken. Bent U getrouwd, plak er een post-it op met de instructie "niet weggooien!" of timmer desnoods een hele niet-weggooienboekenkast apart. U bent druk natuurlijk, jaja, ik ook, ik weet het genôg, werk werk werk, dus u zult ze misschien niet meteen gaan lezen uw oude proefschriften en misschien wel nooit en ze om die reden niet eens aanschaffen, ook niet voor die ene euro (want duur kosten ze niet!), ze verdwijnen toch maar in de boekenkast, we leven in de eenentwintigste eeuw nietwaar, het is geen 1937 meer, we zijn met zijn allen enorm in de versnelling geschoten, ik weet het genôg; maar het zou ook zomaar kunnen dat u op een regenachtige achtermiddag zo'n door uzelf en de wereld vergeten proefschrift openslaat om er wat in te bladeren en uw lectuur pas staakt als u merkt dat het donker is geworden en te laat voor de weekboodschappen zodat er niks anders opzit dan friet te gaan halen. En dat, kan ik u verzekeren, zijn de meest bevredigende avondmalen!
Enfin, u zult het wel uit uw hoofd laten, ik kan lullen als Brugman. Het zij zo. Dan mijn blog maar blijven lezen. Kost u hooguit een minuut of vijf.
Auteur van mijn Brabantse dialectgeografie is Antonius Angelus Weijnen (1909-2008). Professor Buijnsters zei altijd: Neerlandici en bibliofielen worden stokoud. Antonius Angelus is het zoveelste bewijs.
Hij is ook niet zomaar iemand, de vader van de Nederlandse dialectologie namelijk en oprichter van de Nijmeegse Centrale voor Dialect- en Naamkunde. En hij was betrokken bij Bij wijze van spreken, het radioprogramma van Omroep Brabant dat handelde over het dialect. Dat vind ik dan wel weer jammer. Het zou veel romantischer zijn geweest als de auteur jong gestorven was of zijn leven gesleten zou hebben op een afdeling Burgerzaken in een grensgemeente in Overijssel. Of zoiets.
Niets van dat al. Antonius Angelus is vlijtig gebleven en heeft met het dialect zijn brood verdiend. Ik ben van plan om een tijdje met hem op te trekken. Met lange intervals ongetwijfeld, Pasen en vrije dagen gaan voorbij, u weet het genôg, dinsdag zitten u en ik weer volop in de waan van de dag maar als ik de tijd kan vinden loop ik de komende tijd even bij hem binnen.


woensdag 30 november 2016

Brabant-Kwis

Zoals ik al meen te hebben gezegd, heb ik afgelopen zondag tijdens de open dag mijn oude beroep weer even opgepakt, dat van boekverkoper. En terwijl ik daar sta te posten bij de boekentafel zie ik ineens de kop van Joris Voorhoeve uit het boek van broeder Welvaarts* steken. Blijkt het een oude flyer van de VVD te zijn. Dus toen alle aandacht even uitging naar Broer zijn filmpjes dacht ik, laat ik er nog eens een paar doorbladeren. En jawel hoor, als je maar lang genoeg schudt, valt er altijd wel iets moois uit het een of andere boek. Zo bijvoorbeeld deze oude kwis:








Vergeet de slagzin niet!



* Geschiedenis van Bladel en Netersel


donderdag 25 april 2013

Middelmatig

In 1807 verscheen bij J.S. van Esveldt-Holtrop te Amsterdam het eerste deel van de Tegenwoordige Staat van het Koningryk Holland, dat geheel was gewijd aan het departement Brabant. Schrijver was Servaas van de Graaff.
De recensent van de Hedendaagsche Vaderlandse Bibliotheek van Wetenschap, Kunst en Smaak las het werk met genoegen maar wees wel op een aantal onnauwkeurigheden. Zo had de auteur de spits van de Steenselse toren te hoog ingeschat:
Bladz. 538 wordt gezegd: Steensel heeft eenen zwaren toren en een hoogen spits, dit moet zijn: een laag of middelmatig spits.*
Ik vraag me af of de recensent zich hier baseerde op door de auteur in zijn boek gedefinieerde criteria omtrent de hoogte van torenspitsen. Moet dat nog eens nagaan (hoe wist-ie dat de toren middelmatig was? En zat er trouwens nog een kerk aan de toren vast, toen?). Voorts wees de recensent op een aantal hinderlijke ongelykheden in spelling. Zo had de auteur Duizel af en toe Durzel genoemd en Bergeik Berkeik.

De horizon van Servaas van de Graaff was overigens geenszins zo beperkt als Brabant, of zelfs maar Holland: vrijwel gelijktijdig met zijn beschrijving van Brabant, zagen van zijn hand tractaten het licht over Oostfriesland** en Portugal.*** Bovendien was hij dichter (dichtte-d-ie), zij het dat zijn 'vrij vloeijende verzen' zich nooit boven 'het middelmatige verheffen.'****


*****



Hedendaagsche Vaderlandse Bibliotheek van Wetenschap, Kunst en Smaak, jaargang 1808, p. 319-323
** Statistiesch Overzigt van Oostvriesland en Jever; Den Haag (Belinfante & Comp), 1808
*** Statistiesche beschouwing van Portugal: volgens de nieuwste en beste berigten; Belinfante, 1807; in 1809 ook nog: Schets van Spanje en der Spaansche Kolonien
**** A.J. van der Aa, Nieuw biographisch anthologisch, en critisch woordenboek van Nederlandse dichters. Amsterdam, 1845
*****

Zoo ooit een vrouwe Lier, een mannelyk oor kon strelen,
Gij! Petronella Moens, uw luit verrukt elks hart;
Wie ooit in snaastens leed, in snaastens vreugd kon deelen,
Uw hart gevoeld elks vreugd, uw ziel gevoeld elks smart!
geen laffe vleyerij trilde ooit op uwe snaren;
Maar groot voor ’t vaderland, voor vriendschap en de deugd,
blyft uwen naam beroemd in slands historie blazen,
zoo lang de digtkunst hier ’t gevoelig hart verheugd. –
‘K ben grootsch, dat ik myn naam mag in Uw album schrijven!
waar meê heb ik die gunst, heb ik deze eer verdiend?
Maar wilt gij dat ik steeds daarvoor zal dankbaar blijven?
Voldoe dan mynen wensch – erken mij voor Uw vriend?

De kerk zat er nog aan. Werd ter plekke vervangen in 1821 omdat de protestanten hem hadden laten verpieteren. Pas in 1933 werden toren en kerk gescheiden.
Hij had wel gelijk hoor, de recensent. Vergelijk de toren van Steensel maar eens met die van Eerde: