Posts tonen met het label Nieuwenhuizen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nieuwenhuizen. Alle posts tonen

woensdag 13 november 2013

Bonga

Op de vijfde september 1864 zond de Minister van Kolonien een aantal stukken aan onze burgemeester, met het verzoek die ter hand te stellen aan Georg Jacobus Salzman Bonga:

Ik heb de eer UEd. naar aanleiding van Uw rekest van den 19 Augustus 1864, hiernevens te doen toekomen, het duplicaat der op den 23 April 1864 aan Burgemeester en Wethouders van Hoogeloon toegezonden assignatie, dd 19 April 1864, B 5320 pensioenen, ad f 23,- aan de order van G.J.S. Bonga, benevens eene blanco-attestatie de vita en kwitantie, met verzoek die stukken aan den belanghebbende te willen uitreiken.
UEd. gelieve mij de ontvangst van het bijgevoegde betalingstuk te berigten. - 
De Minister van Kolonien

De burgemeester had er zelf om verzocht.* Een assignatie was een schriftelijke opdracht tot uitbetaling, een attestatie de vita een verklaring van levend te zijn (een Bewijs van in leven zijn, volgens mijn eigen collega's van Burgerzaken op de website), een feit dat de overheid regelmatig verklaard wil en wilde hebben. In dit geval door Bonga (als dat 'duplicaat' er maar niet op wijst dat burgemeester het origineel was kwijtgeraakt).
Het gaat hier over dezelfde 'oude meneer Bonga' die ik enige tijd geleden bij Nieuwenhuizen in Hoogeloon op het erf zag zitten knikkebollen in de zon, naast de altijd vrolijke Maria Latenstein.** Hij was geboren in 1814 en in 1864 dus al met pensioen, zo niet eerder. Militair of ambtenaar in Indiƫ: ergens op het www valt te lezen dat hij getuige was van de doop van Cornelia Jacoba Maria van Heuven van Staereling op 10 juni 1849 te Gombong.***




* volgt (als ik tijd heb; het zaakje is nog maar twee dagen in de week open, de verkeerde ook nog)
** zie: Mantelzorg, hierboven
*** dochter van Jean Jacques van Heuven van Staereling en de Inl. vr. Sarikum. Bonga was geboren in Frederikstadt, Duitsland. Bij Nieuwenhuizen sinds 1862. In het BR dan te boek als 'sigarenmaker', hetgeen me onwaarschijnlijk lijkt. Later heet hij steevast 'gepensioneerd militair'. In 1881 kortstondig in Eindhoven.



zondag 27 oktober 2013

Mantelzorg

Een dag of tien geleden ontmoette ik in het archief in Den Bosch mejuffrouw Maria Latenstein van Voorst, geboren op 31 oktober 1870 te Alkmaar. Bij toeval. Als Kipmulder en Bladel er niet bij hadden gestaan zou ik haar niet hebben gezien.
Ze woonde niet bij Kipmulder, zoals de stukken aanvankelijk deden geloven - ik zag haar al zitten, op een stoel in de zon voor Ten Vorsel 1 - maar bij Nieuwenhuizen in Hoogeloon. Kipmulder, die familie had nabij Amersfoort, Maria's vorige woonplaats, heeft waarschijnlijk alleen gefungeerd als tussenpersoon.
Maria was lichamelijk en geestelijk gehandicapt. Toen in 1893 haar ouders overleden en de nalatenschap moest worden verdeeld, verzocht haar familie de rechtbank in Den Bosch om haar onder curatele te stellen. Daartoe diende te worden vastgesteld dat Maria niet in staat was voor 'zich en hare goederen zorg te dragen'. Zo weet ik van haar bestaan: een driekoppige delegatie reisde naar Hoogeloon om naar haar te gaan informeren. De substituut-griffier maakte proces-verbaal op. Heden hebben wij ons begeven teneinde te horen en ondervragen curanda.
Er moet meer zijn. Een testament, meer processtukken. Maar mijn vakantie zit erop. Bovendien zou ik naar Den Haag en Alkmaar moeten en is het onzeker of dat iets substantieels oplevert. Ik betwijfel of het er nog van komt.* Ik zie haar nu zitten in de zon op het erf bij Nieuwenhuizen, opgepast door hun andere kostganger, de stokoude meneer Bonga, kwijlend en wauwelend, gebiologeerd door een passerende tor, tevreden.
Drie jaar later overleed ze. Ook de oude meneer Bonga overleed. En Nieuwenhuizen senior.

* Natuurlijk ga ik naar Den Haag en Alkmaar. Wat moet een mens anders.