donderdag 7 augustus 2014

Toiletpapier

In een proefschrift over de Nederlandse briefcultuur in de vroegmoderne tijd*, stootte ik op het volgende juweeltje: Leg nooit uwe gescheurde Brieven op het geheim gemak. Oorspronkelijk stamt het uit het Huisboek voor Vaderlandsche huisgezinnen, van Johannes Florentius Martinet (1793). Het glanst natuurlijk alleen daarom zo mooi, omdat het eruit is gelicht en onder de lamp is gezet. Maar toch.
Het wordt geciteerd in een context waarin het gaat over het laten slingeren van geopende brieven (nooit doen; de dienstboden zouden ze kunnen lezen). Ik ging er dan ook van uit, dat men eind achttiende eeuw zijn brieven regelmatig op de plee ging zitten lezen en na gedane zaken wel eens vergat om ze mee te nemen. Gegeven de scénes voor mijn geestesoog, ging ik ervan uit dat het adjectief ‘gescheurde’, ‘opengescheurde’ betekende. Het zat echter helemaal anders! De auteur van de studie vervolgt:

Op het toilet, het ‘gemak’, liepen kennelijk zelfs de oude, gelezen, brieven, die klaarlagen om als toiletpapier te worden gebruikt, het risico om gelezen te worden.

Als iedereen ze uit had, werden de brieven in repen (?) gescheurd en gingen ze dienen als WC-papier! Ik zat er helemaal naast. Maar ik had dan ook niet het Huisboek bij de hand. Dát gaat namelijk als volgt verder:

Een geval in mijne Familie zal u leeren, wat daaruit kan voortkomen. Een Huisgezin ontving eenen Brief, waarin een weinig geboerd werdt omtrent zekeren Bloedverwant. Deeze gaf, daarop, een bezoek aan het zelve, en, op het geheim gemak komende, toen de natuur hem drong, vondt hij juist de stukken van dien Brief aldaar. Meer nieuwsgierig dan edelmoedig, bezag hij ze, las er zijnen naam in, stak ze in zijnen zak, en zonder iets te zeggen, nam hij ze mede naar huis, plakte ze bij elkanderen, ontdekte alles, en zondt daarop aan deszelfs Schrijver een groot deel scherpe verwijtingen. Deeze, dit verneemende, verweet hem daarop zijne gepleegde dieverij omtrent de stukken van den Brief, en ’s Mans Vrouw ging heenen, om hem te hekelen. Zij voerde dat uit; maar kreeg, wegens de hooggaande kijvaagie en zijne stugheid, zo veel, dat zij haare gezondheid verloor, en daarop stierf. De haat, tusschen die twee Familien daarop volgende, ging zo verre, dat zij, hoewel bestaande uit aangehuwde Broeders en Zusters, nooit daarna met elkanderen verzoend zijn geworden.






* Willemijn Ruberg: Conventionele correspondentie. Briefcultuur van de Nederlandse elite, 1770-1850.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten