Posts tonen met het label Hulsel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hulsel. Alle posts tonen

zaterdag 14 januari 2017

Uit wandelen

In een brief van 15 november 1843 laat de provinciale Ontvanger der Registratie, Mathon geheten, aan de burgemeester van Bladel-Netersel weten nogal in zijn maag te zitten met het volgende:  


volgens ontvangen opgave bedraagt de afstand van Bladel naar de hoofdplaats der provincie, 's Hertogenbosch, 8 1/4 uur gaans, waar volgens zijn eigen gegevens die afstand niet meer dan 8 uur bedraagt. Kan burgemeester zoo spoedig mogelijk laten weten wat nou eigenlijk de "wezenlijke afstand" is?
De 8 uren gaans van de ontvanger zijn waarschijnlijk gebaseerd op een eerdere opgave van de burgemeester, waarvan het klad bewaard is gebleven. Misschien heeft die in de tussentijd een bode uit wandelen gestuurd en is hij erachter gekomen dat Den Bosch een kwartier verder was dan hij altijd had gedacht. Ín dat klad tekent hij overigens het volgende aan:

den afstand naar de hoofdplaats van het kanton en de provincie is berekend over den grooten weg loopende over Netersel Hulsel en Middelbeers, daar wanneer er eenen weg over de heide van Casteren op Oostelbeers en vervolgens door het voormalig kamp bij Oirschot op de vijvers tot stand kwam, deze voor het minste 3/4 uurs zoude verminderen.

Met het voormalige kamp bedoelt hij waarschijnlijk de legerplaats die heeft bestaan tijdens de Belgische opstand in de jaren dertig van de negentiende eeuw.




zaterdag 2 januari 2016

De bijvangst van oudejaarsdag

Op oudejaarsdag was ik nog vlug even in het BHIC. Ze hadden oliebollen en dat was maar goed ook want terug in Eindhoven bleken ze nergens meer te krijgen. Zo had ik er toch nog twee gehad.
Ik was er om in het archief van de landdrost te zoeken naar het origineel van het 'request' van de gemeente Bladel aan de landdrost ter zake het grensconflict met Hapert in 1809 en meer nog naar het 'berigt' daarop van Hapert. Die van ons hadden bij hun berigt namelijk een kaartje gevoegd, ter verduidelijking, en als er een ding is waaraan een hkv nog meer gebrek heeft dan aan foto's en aan jeugd, dan is het wel aan oude kaarten.
Daarover echter later.* Nu wil ik het hebben over Hilvarenbeek en de Mierden. In 1809. De bijvangst van oudejaarsdag, zogezegd.

Het verhaal gaat over de douaniers J. Servaas en C. Heckman en begint met een klacht van de 'ontvanger der onbeschreven middelen van Hooge Mierde, Lage Mierde en Hulsel', de ambtenaar die verantwoordelijk was voor het innen van de belastingen, J. Hoosemans:

Geinformeerd zynde dat op zaturdag den 6de dezer Corstiaan Verbaanderd woonende te Hoge mierden, van Tilburg retourneerde, hebbende op zyne kar geladen eenige haver, een varken twintig ponden touw met eenige winkelwaren, en zynde voorzien van een behoorlyke paspoort en billet op de ronde maat, is onder Hilvarenbeek in de hyde na den kant van Tilborg aangehouden, onder bedryging van zyn paard en kar ten kantore te HBeek op te brengen door twee Grensjagers genaamd Servaas, en Hekman, van de 14de Escouade te Hbeek gestationeert, en dat quasi onder voorwendsel dat hy verbaanderd geen vertoon kon geeven, waar en van wien hy die voorn: winkelwaren had gekogt of opgeladen; den man ongeleerd en zeer ignorant der wetten wierd angstig! En wierd zydelings van den eenen en anderen gewaarschouwd dat er nog tyd was om te kunnen accorderen, en is na veele moeiten en smeeken, onder toetelling van tien schellingen door de zelve ontslagen, en quasi in vryheid gesteld

Afpersing is wat de ontvanger bedoelt, 'corroptie', ambtsmisbruik. De landdrost laat de zaak onderzoeken en zet ook Hoosemans' collega Heijmans, de houder van het in Hoosemans' klacht genoemde belastingkantoor in Hilvarenbeek, aan het werk. Die roept de twee grensjagers op het matje en verhoort ze. In hun verklaring gaat het ineens over een 'slijpsteen'. Ik citeer maar weer, al was het alleen maar om de topografie. In reactie op de klacht dat zij de arme Corstiaan Verbaanderd tien schellingen zouden hebben afgeperst:

Zy geweeten dat wij gemelde Corstiaan Verbaanderd op voors: dag met zijn kar geladen en ter plaatse als in den missive vermeld, hebben ontmoet en nog bij denzelve hebben geweest twee karren, door ons ondergeteekende voor eerst is gevisiteerd de kar van Corstiaan Verbaanderd, en bij het afstappen van dezelve op den grond hebben zien leggen een slijpsteen door ons is gevraagd aan den zelve en de bijstaande voerlieden en omstanders aan wien dien slijpsteen toekwam, waar op dezelve alle hebben geandwoord zulx niet te weeten, vervolgens gegaan zijn in de bijstaande Herberg aan den Hospes en desselver Huijsgadin meede hebben gevraagd, of zij niet wisten aan wien dien slijpsteen was toebehoorende door dezelven almeede is geandwoord zulx niet te weeten, waar op wij hebben gesegt, Terwijl den zelven dan aan niemand toehoord en wij hem daar vinden, dan zullen wij denzelve meede neemen en voor ons houden, en versogten daar op een van de voorlieden om denzelve op zijn kar te leggen, welke zulx gedaan heeft, waar op wij te saamen vertrokken, En eyndelyk gekomen zijn aan een Herberg genaamd den Hemel te Hilvarenbeek, aldaar door ons is gedronken een Glas Bier, waar na wij saamen weder wilde vertrekken, door ons is ontdekt dat den slijpsteen van den kar was genomen waar op wij in toornigheid hebben gevraagd, waar den slijpsteen was, daar de voerlieden alle op andwoorden zulx niet te weeten, Eyndelyk een van dezelve bij ons is gekomen, en heeft gesegt daar hebt gijlieden 10 Schellingen zijt zoo kwaad niet meer en blyvt maar stil van den slijpsteen, want dien zult gij niet meer krijgen, welke wij na veel woordewisseling ten laatste, in vergelding van den slijpsteen hebben aangenomen in verwagting zynde wij ’t Rijk daar mede geen nadeel toebragten terwijl wij den slijpsteen aldaar gevonden hadden en dit als ons Eygendom aanmerkte;

Volgens de twee grensjagers ging het dus niet alleen over Corstiaan Verbaanderd maar over een hele groep voerlieden en meenden zij om niet meer zo goed na te voelen, vroegnegentiende-eeuwse redenen dat de slijpsteen en bijgevolg de tien schellingen hen toekwamen. Het is niet zo makkelijk om dit soort oude stukken te interpreteren, om te bepalen wát er aan de hand was en ook hoe erg het allemaal wel was of werd gevonden. Het is Hoosemans' woord tegen dat van de grensjagers en de belastinggaarder in Hilvarenbeek, die op hun hand was. Gelukkig beschikken we ook over het commentaar van de 'Inspecteur der Middelen Te Lande in ’t Departement Braband', de hoogste provinciale belastingbaas. Die namelijk, meent in het bestraffen van de douaniers niet verder te kunnen gaan dan het opleggen van een 'politieke mesure' en dat tot zijn spijt. In zijn rapport aan de landdrost merkt hij op:

dat hoezeer ik door zydelingsche informatiën min of meer, van hunne vexatoire handelingen ben overtuigd, en waartoe de missive van den opgemelde ontvanger van Lagemierde enz. op nieuws het vermoeden daar van vermeerdert, zoo geloof ik echter niet, dat uit de productie van het in mijne handen gesteld stuk genoegzame gronden oplevert, om bij provisie eenen anderen weg dan eene politieke mesure inteslaan, en ik neme derhalve de vrijheid om, in afwachting van nadere bewijzen, deswegens in consideratie te geven 1e Dat aan de grensjagers J: Servaas en C: Heckman inmiddels UWHoog EdGestr hoogste ongenoegen over derzelver vexatoir gedrag wordt te kennen gegeven

De politieke mesure behelsde voorts overplaatsing van de beide grensjagers naar achtereenvolgens Overloon (Servaas) en Chaam (Heckman). Terwille van Sinte Genealoga, zij nog vermeld dat hun plaatsen te Hilvarenbeek werden ingenomen door M. van Giessen en D. Hans.




* Jaarboek 2016

maandag 23 september 2013

Mega-courget

Vandaag wezen fietsen. Een heel end: van hier naar Postel (!), van Postel richting Reusel tot bij de brandtoren en van daar naar Bladel (waar flesje water en twee perziken gekocht bij de Albert Heijn). Van Bladel naar Hulsel, dan Netersel, Westelbeers (perziken opgegeten bij het kapelletje;  de Grote Beerze stroomt daar ook; was me niet eerder opgevallen; een eindje verder zag ik weer railingen aan weerszijden van de weg maar dat bleek te gaan om een soort wild-tunneltje, vermoed ik, reeën allicht), bocht naar links (vroeger in ieder geval, meen ik me te herinneren; het lijkt wel of ze hem rechtgetrokken hebben, wat toch eigenlijk niet kan, wel?) richting Casteren en Hapert maar omdat er nauwelijks wind stond, de zon scheen en ik geen zin had om thuis* te zijn, na een paar kilometer linksaf gegaan, de Ir. van Meelweg (wie was dat?) op. Geen idee waar ik naartoe reed. Na een kilometer of vijf kwam ik aan een weg die Stroomkesberg heette (waar ergens - links en rechts maïsvelden - een bord staat met de tekst: Stiltegebied). Ik ben daar rechtsaf gegaan, omdat ik het idee had dat ik anders in Middelbeers terecht zou komen, waar ik in Netersel nog wel naar toe wilde en dan door naar Oirschot maar gaandeweg begon ik zadelpijn te krijgen en wilde ik het stuur zo langzamerhand wat meer richting hier wenden. Ik kwam in Vessem terecht. Daar links richting Wintelre, tot voorbij de voetbalvelden en de twee meren. Dan rechtsaf de bossen in, richting Oerle, geen verhard pad, wat je toch wel verwacht als zo'n paddestoel het zegt. Twee mega-paddestoelen (echte, voor Ingrid) gefotografeerd (in mijn fietstas trouwens sinds Hulsel al een mega-courget; langs de weg gekocht voor een kwartje; bieten waren vijftig cent) en een zestal zilverreigers in het water. Door het zand Halfmijl bereikt. Daar even in de schuilhut gezeten en getwijfeld over Oerle of rechtdoor, waar ik Knegsel vermoedde. Stond niet op de paddestoel. Behalve grafheuvels stond er helemaal niets aangegeven in die richting (kan de overheid daar niet wat aan doen?!), maar ik kwam in Knegsel hoor, en later in Steensel, want ik wilde terug over de Stevert en het bruggetje over de Run. Ik zit daar graag even in het gras als ik er voorbijkom en zeer bepaald vanmiddag, want ik begon honger te krijgen en het gevoel alsof mijn gat onder de blaren zat. Er staat daar een mooie boom (rechts kijken) langs het stroompje. In Waalre friet-speciaal en cola (De Mert, Chinees meisje) en aldus gesterkt naar huis gereden, niet over de Antoon Coolenlaan overigens, want die heeft de overheid ter hoogte van de kruising met de Willem Elsschotlaan opengebroken, bij het Pieter van den Hoogenband-zwembad voor de deur. Komt een carroussel.
Mooie tocht. In Postel zat ik chocolade-ijs te eten op een van de bankjes, toen een oude man naast me kwam zitten. Woonde nu in Retie maar vroeger in Hapert, op de Loonseweg en de Tongerlolaan. Was gisteren met zijn zoon naar PSV geweest. Toen we kwamen te spreken over het Kempisch Bedrijvenpark, vertelde hij dat hij in 1960 voor twee kwartjes per meter grond had gekocht op het oude industrieterrein. Van burgemeester Van Woensel. Bleek-ie de ouwe meneer Saris te zijn. Met zijn zoon Hennie, die nu de zaak leidt, heb ik nog op de lagere school gezeten. Hij hoestte nogal. Was overgrootvader. Had veel gegolfd en jenever gedronken met Theo Leijdekkers, vroeger en heel vroeger. Op de weg naar Reusel bedacht ik dat hij waarschijnlijk de bekendste Nederlander is die we ooit gehad hebben in Hapert.
In Hulsel - een heel end terug - ligt achter de kerk, op de plaats waar vroeger de oude kerk stond een soort van ruïne-maquette ván de oude kerk. Twaalfde-eeuws las ik er. Regelmatig opgeknapt, totdat-ie afbrandde in 1888. Toen was het niet meer de moeite.
Hulsel. Ben er eens wezen eten met de familie, een paar jaar geleden. Daarvoor? Kan me vaag herinneren dat ik er eens ben wezen voetballen in de jeugd, lang, lang geleden. P-junioren schat ik. Kan me niet meer herinneren of we toen ook met de fiets waren.


Aangaande het afbranden van de katholieke kerk te Hulsel deelt de Middelb. Ct. nader mede: Maandag in den vroegen morgen — 't was ongeveer 3 uur — werd brand ontdekt in de kerk van Hulsel, gemeente Hooge- Lagemierde en Hulsel. Weldra was een groote menigte op de been, doch de brand had reeds zulke vorderingen gemaakt, dat aan het beteugelen der vlammen niet meer te denken viel. Een spuit had men trouwens ook niet; slechts die van Lagemierde was op het terrein. Een indrukwekkend schouwspel toonden de woedende vlammen, toen zij in den toren om zich heen grepen, de zware balken vernielend en een ontzaglijke vuurmasaa tegen den somberen hemel afteekenend. De groote klok is gesmolten, het uurwerk vernield met alles, zonder eenige uitzondering, wat in kerk en toren aanwezig was. Men denkt dat de brand op het altaar ontstaan is, waar zelfs het tabernakel met de H. Vaten totaal is verloren gegaan. Ernstig wordt aan kwaadwilligheid gedacht. Men vermoedt dat er gepoogd is de kerk te bestelen, en deze daarna in brand is gestoken, en in dit vermoeden wordt men nog versterkt door het feit, dat er 's nachts twee maal bij den weleerw. heer pastoor gescheld is. Zou het nu niet kunnen zijn, dat de dieven en brandstichters den pastoor hebben willen wekken, om zich op deze wijze de gelegenheid te verschaffen, ook de pastorie te bestelen? Anderen denken dat de brand zou ontstaan zijn reeds bij of na de godsdienstoefening van Zondag namiddag, en dat deze zoo lang zou gesmeuld hebben. Kerk en toren waren verzekerd voor f 11,000, de inhoud slechts voor f l000.'t Dient vermeld te worden, dat de herder der gemeente met kracht moest worden tegengehouden, anders had hij in zijn ijver om het Allerheiligste te redden bepaald den dood gevonden. De sacristie is behouden gebleven.**

Dat we dat nou uit de Middelburgsche Courant moesten vernemen, hè. 

* Hola, al lang niet meer in Hapert hoor
** De Tijd, 26 oktober 1888