Posts tonen met het label Hoogeloon c.a.. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hoogeloon c.a.. Alle posts tonen

donderdag 17 augustus 2017

Op wielen

In 1973 is men in Hapert op het gemeentehuis druk bezig met de uitbreiding van het Vennenbos. Dergelijke majeure territoriale mutaties moeten van gemeentewege worden geregeld in bestemmingsplannen en die hebben regels, voorschriften, toelichtingen en... definities. Toen misschien nog wel meer dan nu. 
Je denkt het is simpel: Piet Derksen wil huisjes bouwen om per weekend of per week te verhuren, je weet intussen hoe die eruitzien en dat het ook per midweek kan dus wat valt er te definiƫren? Optrekje uit steen met plat dak, terrasje van groene betontegels en wat plastic stoelen...
Zo simpel is het natuurlijk niet. Zo simpel is het nooit. Niet in Nederland, niet in Hapert. U moet ook bedenken dat het hele fenomeen vakantiepark zoals dat vandaag de dag gemeengoed is, toen nog volslagen onbekend was. Derksen en Hoogeloon c.a. - lees: burgemeester Wouters - hebben ter zake baanbrekend pionierswerk verricht. Bedenk dat de wegen ter plaatse nog heel anders liepen dan vandaag de dag en niet zelden dood. Dat het bos een ratjetoe was omdat het deels aan de gemeente toebehoorde en deels aan Staatsbosbeheer. Dat de E3 nog volstond met bulldozers. Dat het Vennenbos in de kern gewoon een camping was die a) niet mocht worden gebruikt voor de bouw van "tweede woningen" en b) uit hoofde van die oer-identiteit van camping plaats diende te bieden aan "kort-kampeerders" en passanten, of die nou een tent op de rug of een caravan achter de auto hadden. Het was nog rimboe aan het eind van de Schouwberg en niks was nog wat het geworden is. Het gevaar van begripsverwarring was levensgroot.
Dus de vakliteratuur er maar eens op nageslagen. Wat wordt in de ruimtelijke ordening nou eigenlijk verstaan onder die draak van een term "rekreatiewoonverblijf"? Dan blijkt dat dat behalve het hierboven beschreven, intussen overbekende standaard stenen bouwwerk, ook nog iets heel anders kan zijn:


Een onderkomen op wielen dat niet bestemd is om te worden voortbewogen. Wat een heerlijke tijd was het toch, of niet soms? Mijn bestemmingsplan om een na-oorlogse geschiedenis te gaan schrijven van de Kempen neemt almaar vaster vormen aan...

dinsdag 19 juli 2016

Aardappelziekte

In 1845 brak overal in Europa de aardappelziekte uit. Overal misoogsten, overal niks te eten, overal armoe en ellende. In Ierland emigreerden in die tijd 2 miljoen mensen naar Amerika. Ook wij bleven er niet van verschoond. Ook hier koorts en honger alom. Jan van Dingenen schrijft erover in ons komende jaarboek. Noteer het maar vast in uw agenda: derde dinsdag van november, Jaarboek Pladella Villa, aardappelziekte.*
De Franse geleerde Anselme Payen deed onderzoek naar de ziekte. Doet mij een beetje denken aan de biologie-practica op het ouwe Rythovius. Ik vraag me af of de wetenschap ook van hem verlangde dat hij er tekeningetjes van maakte.




De schimmel der aardappelziekte.

De Comptes rendus van het Fransche Instituut Nov. 1847, bevatten het volgende over het besmettend vermogen van het schimmelplantje, Botrytis infectans, van de aardappelziekte. Payen sneed verscheidene gezonde aardappelen door, holde ze uit en vulde ze met de korrelige massa van de zieke schil van andere knollen, bond de stukken te zamen en legde die op eene warme plaats (15° a 18° Celsius). Na 10 dagen was de gemaakte holte der aardappelen met eene witte schimmel bedekt; in allen had zich de Botrytis met nog twee andere schimmelsoorten ontwikkeld. De vruchtaanzetting vertoonde zich eerst later; de kleine zaadjes barsten dikwijls in het water, eene korrelige stof nalatende, welke gelijkvormig was aan de, in de schimmel voorhanden zijnde stoffen en welke de schrijver voor het eigenlijk werkende deel der aansteking houdt. Om zich van deszelfs werking te overtuigen, koos hij 8 anders gezonde aardappelen van verscheidene soorten uit, sneed deze door en holde de eene helft een weinig uit; in twee dezer aardappelen bragt hij een weinig van de vermelde schimmel, in twee andere eene gelijke hoeveelheid met de punt eener naald uit de ziekgeworden vrucht van de tomate (Solanum lycopersicum), de vier laatsten eindelijk zouden tot vergelijking dienen, en bleven onaangeroerd.
Elke aardappel werd, nadat de helften aan elkander waren gebonden, in een afzonderlijk glas gedaan met eenen stop gesloten. Na 5 dagen was de Botrytis van de tomate reeds 5 streep diep ingedrongen, terwijl die, welke uit den aardappel ingeƫnt was, zich nog niet zoover verbreid had. 6 dagen later was in beide gevallen de geheele knol van schimmeldraden doordrongen, zonder dat er eene verrotting te bemerken was. De stijfsel was verdwenen, de stikstof houdende en vette (?) stoffen in eene roodbruine korrelige stof veranderd; de aangedane plaatsen verhardden bij het kooken enz. Bij drie was de oppervlakte van de uitgeholde plaats met eene bedekking van schimmel (de Botrytis) overtrokken; de vierde aardappel vertoonde slechts enkelde schimmelplekjes. De 4 niet met de Botrytis in aanraking gekomene aardappelen waren onveranderd.
De schrijver besluit daaruit tot eene besmetting der schimmelsporen (zaadjes) door wind, regen enz., welke of op de planten of terstond bij de knollen komen, zich daar plaatsen en, door endosmose opgenomen worden. Haar invloed op de ontbinding van koolwaterstof en stikstofhoudende verbindingen schijnt de schrijver des te natuurlijker, daar ook andere quaternaire verbindingen zulke ontbindingen bewerken.



* verkrijgbaar op de gebruikelijke verkooppunten. In hetzelfde artikel ook de langverwachte oplossing van het raadsel van de extreem hoge sterfte in de gemeente Hoogeloon c.a. in 1858. 56 mensen dat jaar! Ga het lezen!